BWBR0010166
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 7
Erkenningsregeling penitentiair programma
1. Opdat er sprake is van eenduidige aanpak en besluitvorming in het kader van het verloop van het penitentiair programma worden door hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI per arrondissement een of meer inrichtingen aangewezen waarbij de deelnemers aan een penitentiair programma administratief worden ingeschreven.
2. Alleen inrichtingen en uitvoeringseenheden van de SRN kunnen aangemerkt worden als uitvoeringsverantwoordelijke instantie. De behoefte aan specifieke expertise kan ertoe leiden dat derde-organisaties en werkgevers de begeleiding van de deelnemer aan bepaalde specifiek ten behoeve van hen te benoemen onderdelen van het penitentiair programma ter hand nemen.
3. De selectiefunctionaris wijst bij zijn besluit tot plaatsing in een penitentiair programma tevens de uitvoeringsverantwoordelijke instantie aan.
4. De uitvoeringsverantwoordelijke instantie houdt toezicht op de feitelijke begeleiding van de deelnemer aan het programma. Onder toezicht wordt in ieder geval verstaan:
a. het toezien op de daadwerkelijke deelname aan de programmaonderdelen;
b. het toezien op het nakomen van de procedures die ter zake van het penitentiair programma zijn overeengekomen;
c. het toezien op de begeleiding door de werkgever of de derde-organisatie van de deelnemer aan het penitentiair programma;
d. het beoordelen en aanbrengen van kleine aanpassingen in het penitentiair programma van de deelnemer;
e. het beoordelen van de ernst van een overtreding en het melden van die overtreding aan de directeur van de inrichting;
f. het signaleren van vorderingen en ontwikkelingen van de deelnemer aan een penitentiair programma;
g. het tijdig opstellen van tussen- en eindrapportages.
5. De uitvoeringsverantwoordelijke instantie sluit een overeenkomst met de werkgever of derde-organisatie. Over de onderdelen van de overeenkomst plegen partijen vooraf overleg. In elk geval worden afspraken ge-maakt over de te verrichten werkzaamheden, de financiering en het toezicht door de uitvoeringsverantwoordelijke instantie op inhoud en kwaliteit van het programma.
2. Alleen inrichtingen en uitvoeringseenheden van de SRN kunnen aangemerkt worden als uitvoeringsverantwoordelijke instantie. De behoefte aan specifieke expertise kan ertoe leiden dat derde-organisaties en werkgevers de begeleiding van de deelnemer aan bepaalde specifiek ten behoeve van hen te benoemen onderdelen van het penitentiair programma ter hand nemen.
3. De selectiefunctionaris wijst bij zijn besluit tot plaatsing in een penitentiair programma tevens de uitvoeringsverantwoordelijke instantie aan.
4. De uitvoeringsverantwoordelijke instantie houdt toezicht op de feitelijke begeleiding van de deelnemer aan het programma. Onder toezicht wordt in ieder geval verstaan:
a. het toezien op de daadwerkelijke deelname aan de programmaonderdelen;
b. het toezien op het nakomen van de procedures die ter zake van het penitentiair programma zijn overeengekomen;
c. het toezien op de begeleiding door de werkgever of de derde-organisatie van de deelnemer aan het penitentiair programma;
d. het beoordelen en aanbrengen van kleine aanpassingen in het penitentiair programma van de deelnemer;
e. het beoordelen van de ernst van een overtreding en het melden van die overtreding aan de directeur van de inrichting;
f. het signaleren van vorderingen en ontwikkelingen van de deelnemer aan een penitentiair programma;
g. het tijdig opstellen van tussen- en eindrapportages.
5. De uitvoeringsverantwoordelijke instantie sluit een overeenkomst met de werkgever of derde-organisatie. Over de onderdelen van de overeenkomst plegen partijen vooraf overleg. In elk geval worden afspraken ge-maakt over de te verrichten werkzaamheden, de financiering en het toezicht door de uitvoeringsverantwoordelijke instantie op inhoud en kwaliteit van het programma.