BWBR0010166
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 6
Erkenningsregeling penitentiair programma
1. Het penitentiair programma moet in programmatische zin zodanig zijn opgebouwd dat er zowel aandacht is voor de wijze waarop gewerkt wordt aan een geslaagde terugkeer in de samenleving als voor het strafkarakter. Het strafkarakter dient zowel in het samenstel van programma-onderdelen zichtbaar te zijn als in de totale programma-opzet. Naarmate het penitentiair programma langer duurt, neemt het belang toe om binnen de in het tweede lid, onder b, genoemde hoofdrubriek te variëren.
2. Een penitentiair programma bevat een samenstel van activiteiten dat zo evenwichtig mogelijk is gespreid over de hierna genoemde onderdelen, per week ten minste 26 uur omvat en ten minste uit een van de volgende hoofdrubrieken is opgebouwd:
a. arbeidstoeleiding zoals werk, het verkrijgen van een vakdiploma en gewenning aan het arbeidsproces;
b. stimuleren van de zelfredzaamheid zoals sociale vaardigheid, budgettering, woonbegeleiding, alfabetisering en vergroting van zelfdiscipline;
c. behandeling van psychische stoornis of verslavingsproblematiek.
3. Een penitentiair programma bevat naast de te verrichten activiteiten ook een beschrijving van de wijze waarop het programma een bijdrage levert aan de geslaagde terugkeer van de gedetineerde in de samenleving, de aan de inhoud van het programma gekoppelde vrijheidsgraden, de sturing op het gedrag in de zin van toezicht en sancties, de controle op het gebruik van niet toegelaten stoffen, de te stellen voorwaarden en de kosten die met het uitvoeren van het programma gemoeid zijn.
4. Elk penitentiair programma kent de eis dat de deelnemer aan het programma verplicht minimaal elke week één uur persoonlijk contact heeft met de uitvoeringsverantwoordelijke instantie. Dit contact richt zich op de vraag of de in het penitentiair programma gemaakte afspraken daadwerkelijk worden gerealiseerd en of en zo ja welke aanpassingen noodzakelijk zijn.
2. Een penitentiair programma bevat een samenstel van activiteiten dat zo evenwichtig mogelijk is gespreid over de hierna genoemde onderdelen, per week ten minste 26 uur omvat en ten minste uit een van de volgende hoofdrubrieken is opgebouwd:
a. arbeidstoeleiding zoals werk, het verkrijgen van een vakdiploma en gewenning aan het arbeidsproces;
b. stimuleren van de zelfredzaamheid zoals sociale vaardigheid, budgettering, woonbegeleiding, alfabetisering en vergroting van zelfdiscipline;
c. behandeling van psychische stoornis of verslavingsproblematiek.
3. Een penitentiair programma bevat naast de te verrichten activiteiten ook een beschrijving van de wijze waarop het programma een bijdrage levert aan de geslaagde terugkeer van de gedetineerde in de samenleving, de aan de inhoud van het programma gekoppelde vrijheidsgraden, de sturing op het gedrag in de zin van toezicht en sancties, de controle op het gebruik van niet toegelaten stoffen, de te stellen voorwaarden en de kosten die met het uitvoeren van het programma gemoeid zijn.
4. Elk penitentiair programma kent de eis dat de deelnemer aan het programma verplicht minimaal elke week één uur persoonlijk contact heeft met de uitvoeringsverantwoordelijke instantie. Dit contact richt zich op de vraag of de in het penitentiair programma gemaakte afspraken daadwerkelijk worden gerealiseerd en of en zo ja welke aanpassingen noodzakelijk zijn.