BWBR0010166
Geldig vanaf 1999-01-01
Artikel 3
Erkenningsregeling penitentiair programma
1. De aanwijzing tot werkgever of derde-organisatie kan door hoofd Directie Gevangeniswezen van de DJI tussentijds onder meer worden ingetrokken indien:
a. de voorwaarden, die bij de aanwijzing zijn gesteld, niet worden nageleefd;
b. de gegevens, die in het kader van de aanvraag tot aanwijzing zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een ander besluit zou zijn gevolgd indien ten tijde van de beoordeling van de aanvraag de juiste en volledige gegevens bekend zouden zijn geweest.
2. De aanwijzing tot werkgever of derde-organisatie wordt niet verlengd indien voor het geboden penitentiair programma of onderdeel ervan geen doelgroep meer bestaat.
3. Over het intrekken en het niet verlengen van de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid hoort hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI vooraf de betrokken inrichtingen en de SRN.
4. Hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI zendt een afschrift van zijn besluit tot intrekking dan wel niet verlengen van een aanwijzing aan de betrokken werkgever of derde-organisatie en aan de directeuren van de betrokken inrichtingen en van de SRN.
5. Directeuren van de inrichtingen en van de SRN melden hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI eventuele incidenten met betrekking tot een werkgever of derde-organisatie die van invloed kunnen zijn op het intrekken of niet verlengen van de aanwijzing.
a. de voorwaarden, die bij de aanwijzing zijn gesteld, niet worden nageleefd;
b. de gegevens, die in het kader van de aanvraag tot aanwijzing zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig zijn dat op de aanvraag een ander besluit zou zijn gevolgd indien ten tijde van de beoordeling van de aanvraag de juiste en volledige gegevens bekend zouden zijn geweest.
2. De aanwijzing tot werkgever of derde-organisatie wordt niet verlengd indien voor het geboden penitentiair programma of onderdeel ervan geen doelgroep meer bestaat.
3. Over het intrekken en het niet verlengen van de aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid hoort hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI vooraf de betrokken inrichtingen en de SRN.
4. Hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI zendt een afschrift van zijn besluit tot intrekking dan wel niet verlengen van een aanwijzing aan de betrokken werkgever of derde-organisatie en aan de directeuren van de betrokken inrichtingen en van de SRN.
5. Directeuren van de inrichtingen en van de SRN melden hoofd directie Gevangeniswezen van de DJI eventuele incidenten met betrekking tot een werkgever of derde-organisatie die van invloed kunnen zijn op het intrekken of niet verlengen van de aanwijzing.