BWBR0010122
Geldig vanaf 1999-01-16
Artikel 6
Tijdelijke regeling regionale verwijzingscommissies voortgezet onderwijs
1. Ter uitvoering van de taak van de regionale verwijzingscommissie verstrekt de minister binnen de door de begrotingswetgever ter beschikking gestelde middelen, aan de regionale verwijzingscommissie subsidie. Bij de verdeling van de middelen over de regionale verwijzingscommissies hanteert de minister als berekeningsmaatstaf het aantal leerlingen op 1 oktober 1998 aan de scholen en scholengemeenschappen van het samenwerkingsverband of de samenwerkingsverbanden ten behoeve waarvan de regionale verwijzingscommissie werkzaam is, voorzover het betreft leerlingen aan de schoolsoorten en leerjaren, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Regeling regionale samenwerkingsverbanden vo-vso 1998-1999.
2. In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde subsidie, verstrekt de minister een eenmalige startsubsidie van ƒ25.000,- per regionale verwijzingscommissie.
3. De minister kan voorwaarden verbinden aan het verstrekken van de in het eerste of tweede lid bedoelde subsidie met het oog op verantwoording van de besteding en aanwending van niet bestede middelen.
2. In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde subsidie, verstrekt de minister een eenmalige startsubsidie van ƒ25.000,- per regionale verwijzingscommissie.
3. De minister kan voorwaarden verbinden aan het verstrekken van de in het eerste of tweede lid bedoelde subsidie met het oog op verantwoording van de besteding en aanwending van niet bestede middelen.