1. De regionale verwijzingscommissie registreert van een leerling de gegevens die relevant zijn voor haar advies over de toelaatbaarheid tot praktijkonderwijs of leerwegondersteunend onderwijs. Deze gegevens hebben betrekking op:
a. de school of afdeling waartoe het bevoegd gezag de leerling wil toelaten alsmede de door het bevoegd gezag gegeven redenen daarvoor voorzover het betreft de ervaringen met de leerling in het onderwijsleerproces, zoals onder meer blijkt uit het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 10g, tweede lid, van de WVO,
b. de zienswijze van de ouders,
c. de leerachterstand van de leerling,
d. het intelligentiequotiënt van de leerling, en
e. indien dat noodzakelijk is voor het vormen van een oordeel, de resultaten van een of meer persoonlijkheidsonderzoeken met betrekking tot prestatie-motivatie, faalangst en emotionele instabiliteit die een indicatie geven van de sociaal-emotionele problematiek van de leerling in relatie tot de leerprestaties. De gezamenlijke regionale verwijzingscommissies kunnen ten behoeve van de registratie van deze gegevens een formulier vaststellen. De regionale verwijzingscommissie kan de bevoegde gezagsorganen die leerlingen aanmelden, opdragen de aanmelding te doen door middel van dit formulier.
2. De regionale verwijzingscommissie kan de bevoegde gezagsorganen die leerlingen aanmelden, opdragen één of meer screenings- of testinstrumenten te hanteren ten behoeve van het verkrijgen van de gegevens onder d en e van het eerste lid. De instrumenten worden toegepast onder verantwoordelijkheid van een diagnostisch geschoold psycholoog of orthopedagoog. Voor de toepassing van de eerste volzin dienen bij voorrang die instrumenten te worden gehanteerd, die naar het oordeel van de Commissie Testaangelegenheden Nederland van het Nederlands Instituut van Psychologen betrouwbaar zijn en validiteit hebben.
3. De secretaris doet aan de regionale verwijzingscommissie een voorstel omtrent de toelaatbaarheid van de leerling, op basis van:
a. voorzover het betreft de gegevens onder c, d en e van het eerste lid, het op schrift gestelde resultaat van de desbetreffende tests, toetsen of persoonlijkheidsonderzoeken,
b. het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 10g, tweede lid, van de WVO, en
c. de op schrift gestelde zienswijze van de ouders, bedoeld in artikel 10g, tweede lid, van de WVO,
4. De regionale verwijzingscommissie geeft slechts het advies dat een leerling toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs, indien de leerling een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte van 60 tot 75/80, en de leerachterstand meer is dan 3 leerjaren.
5. De regionale verwijzingscommissie geeft slechts het advies dat een leerling toelaatbaar is tot het leerwegondersteunend onderwijs,
a. indien de leerling: 1. een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 75/80 tot 90, en
2. een leerachterstand heeft van meer dan 1,5 leerjaar, of
1. een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 75/80 tot 90, en
2. een leerachterstand heeft van meer dan 1,5 leerjaar, of
b. indien de leerling: 1. een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 75/80 tot 120,
2. een leerachterstand heeft van meer dan 1,5 jaar, en
3. een sociaal-emotionele problematiek heeft die verband houdt met de leerprestaties, en die aangetoond is door een persoonlijkheidsonderzoek als bedoeld in het eerste lid onder e.
1. een intelligentiequotiënt heeft binnen de bandbreedte 75/80 tot 120,
2. een leerachterstand heeft van meer dan 1,5 jaar, en
3. een sociaal-emotionele problematiek heeft die verband houdt met de leerprestaties, en die aangetoond is door een persoonlijkheidsonderzoek als bedoeld in het eerste lid onder e.
6. De regionale verwijzingscommissie draagt er zorg voor dat uitsluitend personen die betrokken zijn bij het opstellen van het in artikel 2 bedoelde advies, kennis kunnen nemen van de bescheiden die daarvoor noodzakelijk zijn. De regionale verwijzingscommissie zendt, nadat zij het advies heeft uitgebracht, onverwijld alle bescheiden die zij ten behoeve van de uitoefening van haar taak heeft ontvangen, terug aan het desbetreffende bevoegd gezag.