BWBR0009950
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 14a.8
Telecommunicatiewet
1. Een betrokken partij geeft gevolg aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid. Bij een beursgenoteerde betrokken partij zijn het tweede tot en met vijfde lid van toepassing.
2. Een aangesloten instelling, centraal instituut, intermediair, instelling in het buitenland, bewaarder van een beleggingsinstelling of buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van het centraal instituut verleent medewerking aan een beursgenoteerde betrokken partij bij het gevolg geven aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid.
3. Indien de medewerking niet wordt verleend, meldt een beursgenoteerde betrokken partij dit aan Onze Minister.
4. Onze Minister kan vaststellen wie als laatste de medewerking heeft verleend, en wie de niet-meewerkende persoon is die deelgenoot is in het depot van degene die als laatste in de keten medewerking heeft verleend.
5. Indien het vierde lid is toegepast, heeft de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid, betrekking op het gehele aandelenbelang waarvoor de niet-meewerkende persoon deelgenoot is in het depot van degene die als laatste in de keten medewerking heeft verleend.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid, gevolg wordt gegeven.
2. Een aangesloten instelling, centraal instituut, intermediair, instelling in het buitenland, bewaarder van een beleggingsinstelling of buitenlandse instelling met een functie vergelijkbaar met die van het centraal instituut verleent medewerking aan een beursgenoteerde betrokken partij bij het gevolg geven aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid.
3. Indien de medewerking niet wordt verleend, meldt een beursgenoteerde betrokken partij dit aan Onze Minister.
4. Onze Minister kan vaststellen wie als laatste de medewerking heeft verleend, en wie de niet-meewerkende persoon is die deelgenoot is in het depot van degene die als laatste in de keten medewerking heeft verleend.
5. Indien het vierde lid is toegepast, heeft de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid, betrekking op het gehele aandelenbelang waarvoor de niet-meewerkende persoon deelgenoot is in het depot van degene die als laatste in de keten medewerking heeft verleend.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop aan de schorsing, bedoeld in artikel 14a.7, eerste lid, gevolg wordt gegeven.