BWBR0009950
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 18.3
Telecommunicatiewet
1. Onze Minister stelt de Autoriteit Consument en Markt in de gelegenheid hem advies uit te brengen over een voornemen om krachtens artikel 3.16, tweede lid onder b, een of meer aanbieders van het verkrijgen van een vergunning uit te sluiten, indien dat met het oog op de totstandbrenging of instandhouding van daadwerkelijke mededinging noodzakelijk is, of over het voornemen om een besluit te nemen tot verlening, weigering, verlenging, intrekking of wijziging van een vergunning voor zover dit verband houdt met het in aanzienlijke mate beperken van de daadwerkelijke mededinging op de relevante markt.
2. De Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat voor de Media, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025028/artikel/7.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.1 van de Mediawet 2008</a>, maken in het belang van een effectieve en efficiënte besluitvorming afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
3. Onze Minister en de Autoriteit persoonsgegevens, onderscheidenlijk de Autoriteit Consument en Markt en de Autoriteit persoonsgegevens, maken in het belang van een effectief en efficiënt toezicht op het verwerken van persoonsgegevens overeenkomstig de hoofdstukken 11en 13van deze wet afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang. Daartoe stellen zij een samenwerkingsprotocol vast. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
4. Onze Minister, Onze Minister van Veiligheid en Justitie en de Autoriteit persoonsgegevens maken in het belang van effectieve en efficiënte meldingen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening, afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
5. Onze Minister en de Autoriteit persoonsgegevens, maken in het belang van een effectief en efficiënt toezicht op verleners van vertrouwensdiensten die persoonsgegevens verwerken bij het verlenen van vertrouwensdiensten, afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
6. De afspraken, bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden in een samenwerkingsprotocol vastgelegd. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
2. De Autoriteit Consument en Markt en het Commissariaat voor de Media, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0025028/artikel/7.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7.1 van de Mediawet 2008</a>, maken in het belang van een effectieve en efficiënte besluitvorming afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
3. Onze Minister en de Autoriteit persoonsgegevens, onderscheidenlijk de Autoriteit Consument en Markt en de Autoriteit persoonsgegevens, maken in het belang van een effectief en efficiënt toezicht op het verwerken van persoonsgegevens overeenkomstig de hoofdstukken 11en 13van deze wet afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang. Daartoe stellen zij een samenwerkingsprotocol vast. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
4. Onze Minister, Onze Minister van Veiligheid en Justitie en de Autoriteit persoonsgegevens maken in het belang van effectieve en efficiënte meldingen als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de eidas-verordening, afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
5. Onze Minister en de Autoriteit persoonsgegevens, maken in het belang van een effectief en efficiënt toezicht op verleners van vertrouwensdiensten die persoonsgegevens verwerken bij het verlenen van vertrouwensdiensten, afspraken over de wijze van behandeling van aangelegenheden van wederzijds belang.
6. De afspraken, bedoeld in het vierde en vijfde lid, worden in een samenwerkingsprotocol vastgelegd. Het samenwerkingsprotocol wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.