BWBR0009950
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 1.4
Telecommunicatiewet
1. Een bestuursorgaan dat het aangaat van een gemeente, provincie, waterschap of de Staat draagt er zorg voor dat de uitoefening van zijn regelgevende bevoegdheden op grond van deze wet bijdraagt aan het verwezenlijken van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede alinea, en tweede en vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972.
2. Een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid houdt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden zo veel mogelijk rekening met aanbevelingen van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, en met door BEREC gegeven adviezen en gemeenschappelijke standpunten, voor zover die aanbevelingen, adviezen en standpunten betrekking hebben op de bij of krachtens deze wet aan het bestuursorgaan opgedragen taken of verleende bevoegdheden.
3. Indien een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid geen toepassing geeft aan een aanbeveling van de Europese Commissie als bedoeld in het tweede lid, informeert het bestuursorgaan, onder vermelding van de redenen, de Europese Commissie.
2. Een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid houdt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden zo veel mogelijk rekening met aanbevelingen van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, en met door BEREC gegeven adviezen en gemeenschappelijke standpunten, voor zover die aanbevelingen, adviezen en standpunten betrekking hebben op de bij of krachtens deze wet aan het bestuursorgaan opgedragen taken of verleende bevoegdheden.
3. Indien een bestuursorgaan als bedoeld in het eerste lid geen toepassing geeft aan een aanbeveling van de Europese Commissie als bedoeld in het tweede lid, informeert het bestuursorgaan, onder vermelding van de redenen, de Europese Commissie.