BWBR0009950
Geldig vanaf 2025-06-28
Artikel 14a.10
Telecommunicatiewet
1. Onze Minister gelast degene aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4is opgelegd, binnen een door Onze Minister vast te stellen redelijke termijn de zeggenschap in de betrokken partij terug te brengen of te beëindigen zodat niet langer sprake is van overwegende zeggenschap.
2. Het is degene aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4is opgelegd verboden de zeggenschap bedoeld in dat verbod, of een deel daarvan, over te dragen aan:
a. een ongewenst persoon,
b. een persoon aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4 is opgelegd,
c. een persoon die nauwe banden heeft met of onder invloed staat van een persoon als bedoeld onder a of b.
3. Onze Minister doet mededeling aan de betrokken partij van een opgelegde last als bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop en de periode waarbinnen een last als bedoeld in het eerste lid ten uitvoer wordt gelegd.
2. Het is degene aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4is opgelegd verboden de zeggenschap bedoeld in dat verbod, of een deel daarvan, over te dragen aan:
a. een ongewenst persoon,
b. een persoon aan wie een verbod op grond van artikel 14a.4 is opgelegd,
c. een persoon die nauwe banden heeft met of onder invloed staat van een persoon als bedoeld onder a of b.
3. Onze Minister doet mededeling aan de betrokken partij van een opgelegde last als bedoeld in het eerste lid.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop en de periode waarbinnen een last als bedoeld in het eerste lid ten uitvoer wordt gelegd.