BWBR0009932
Geldig vanaf 1998-10-17
Artikel 4
Tijdelijke regeling aanvullende vergoeding knelpunten huisvesting roc's als gevolg van de overdracht van het inservice onderwijs
1. Het bevoegd gezag van een instelling kan uiterlijk 28 oktober 1998 een aanvraag voor een aanvullende vergoeding indienen bij de minister ten behoeve van het oplossen van een bepaald knelpunt.
2. De aanvraag geschiedt door middel van het volledig invullen van het bij deze regeling behorende formulier.
3. Indien een instelling vóór 3 november 1997 schriftelijk een aanvraag voor de behandeling van een knelpunt bij de minister heeft ingediend, wordt dit beschouwd als een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
4. De minister zendt de aanvraag aan het bureau met het verzoek hem ter zake te adviseren.
5. De instelling verleent alle, naar het oordeel van het bureau noodzakelijke, medewerking aan het onderzoek door het bureau naar het knelpunt. De instelling verleent het bureau inzage in documenten en andere informatiedragers die deze voor het beoordelen van het knelpunt noodzakelijk acht.
6. Indien het formulier niet volledig wordt ingevuld of indien de bescheiden niet volledig worden overgelegd, wordt de aanvraag, met inachtneming van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet in behandeling genomen. Indien de instelling niet of naar het oordeel van de minister niet voldoende meewerkt aan het onderzoek van het bureau, dan wel indien de instelling niet of niet voldoende inzage verschaft in documenten en andere informatiedragers wordt de aanvraag afgewezen.
2. De aanvraag geschiedt door middel van het volledig invullen van het bij deze regeling behorende formulier.
3. Indien een instelling vóór 3 november 1997 schriftelijk een aanvraag voor de behandeling van een knelpunt bij de minister heeft ingediend, wordt dit beschouwd als een aanvraag als bedoeld in het eerste lid.
4. De minister zendt de aanvraag aan het bureau met het verzoek hem ter zake te adviseren.
5. De instelling verleent alle, naar het oordeel van het bureau noodzakelijke, medewerking aan het onderzoek door het bureau naar het knelpunt. De instelling verleent het bureau inzage in documenten en andere informatiedragers die deze voor het beoordelen van het knelpunt noodzakelijk acht.
6. Indien het formulier niet volledig wordt ingevuld of indien de bescheiden niet volledig worden overgelegd, wordt de aanvraag, met inachtneming van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet in behandeling genomen. Indien de instelling niet of naar het oordeel van de minister niet voldoende meewerkt aan het onderzoek van het bureau, dan wel indien de instelling niet of niet voldoende inzage verschaft in documenten en andere informatiedragers wordt de aanvraag afgewezen.