BWBR0009841
Geldig vanaf 1998-09-04
Artikel 2
Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur
1. De minister kan subsidie verlenen in de projectkosten van projecten die tot doel hebben de realisering van de aanleg of de verbetering van:
a. een warmtedistributie-infrastructuur, voorzover bestemd voor de levering van warmte die afkomstig is van elektriciteitscentrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan woningen, niet tot bewoning bestemde gebouwen of industriële productieprocessen, mits de subsidie die is aangevraagd voor niet meer dan 33% zal zijn bestemd ten behoeve van de levering van warmte aan industriële productieprocessen;
b. een warmtedistributie-infrastructuur, voorzover bestemd voor de levering van warmte ten behoeve van koeling, die afkomstig is van elektriciteits- centrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan niet tot bewoning bestemde gebouwen;
c. een warmtedistributie-infrastructuur, voorzover bestemd voor de levering van warmte die afkomstig is van elektriciteitscentrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan tuinbouwkassen, of
d. een CO2-distributie-infrastructuur, bestemd voor de levering van CO2 die afkomstig is van elektriciteitscentrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan tuinbouwkassen.
2. Het subsidieplafond bedraagt € 62 167 889,60.
3. Voor subsidie ten laste van het subsidieplafond dat wordt genoemd in het tweede lid, komen uitsluitend in aanmerking projecten waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend voor of uiterlijk op 1 april 1997.
4. De minister kan na de inwerkingtreding van deze regeling een extra subsidieplafond vaststellen voor het verlenen van subsidie in de projectkosten van projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c of d.
5. Het subsidieplafond dat wordt bedoeld in het vierde lid, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt, onder vermelding van het tijdstip waarvoor subsidieaanvragen kunnen worden ingediend.
a. een warmtedistributie-infrastructuur, voorzover bestemd voor de levering van warmte die afkomstig is van elektriciteitscentrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan woningen, niet tot bewoning bestemde gebouwen of industriële productieprocessen, mits de subsidie die is aangevraagd voor niet meer dan 33% zal zijn bestemd ten behoeve van de levering van warmte aan industriële productieprocessen;
b. een warmtedistributie-infrastructuur, voorzover bestemd voor de levering van warmte ten behoeve van koeling, die afkomstig is van elektriciteits- centrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan niet tot bewoning bestemde gebouwen;
c. een warmtedistributie-infrastructuur, voorzover bestemd voor de levering van warmte die afkomstig is van elektriciteitscentrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan tuinbouwkassen, of
d. een CO2-distributie-infrastructuur, bestemd voor de levering van CO2 die afkomstig is van elektriciteitscentrales, niet-industriële warmtekrachtcentrales of afvalverbrandingsinstallaties, aan tuinbouwkassen.
2. Het subsidieplafond bedraagt € 62 167 889,60.
3. Voor subsidie ten laste van het subsidieplafond dat wordt genoemd in het tweede lid, komen uitsluitend in aanmerking projecten waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend voor of uiterlijk op 1 april 1997.
4. De minister kan na de inwerkingtreding van deze regeling een extra subsidieplafond vaststellen voor het verlenen van subsidie in de projectkosten van projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c of d.
5. Het subsidieplafond dat wordt bedoeld in het vierde lid, wordt in de Staatscourant bekendgemaakt, onder vermelding van het tijdstip waarvoor subsidieaanvragen kunnen worden ingediend.