BWBR0009841
Geldig vanaf 1998-09-04
Artikel 11
Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur
1. De subsidieontvanger dient er voor zorg te dragen dat:
a. het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens, tenzij de minister op verzoek van de subsidieontvanger toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken;
b. gedurende het tijdvak waarover het project zich uitstrekt, telkens na afloop van een tijdvak van zes maanden aan de minister een schriftelijk verslag overeenkomstig een door de minister vastgesteld model wordt overgelegd omtrent de voortgang van het project en de in het kader van het project gemaakte en betaalde projectkosten;
c. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen,met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn;
d. gedurende het tijdvak waarover het project zich uitstrekt, telkens na afloop van een tijdvak van twee jaar verantwoording wordt afgelegd omtrent de gemaakte en betaalde projectkosten overeenkomstig een door de minister vastgesteld model voor zover het tijdvak waarover het project zich uitstrekt, meer dan drie jaar bedraagt, en
e. na de datum waarop het project is uitgevoerd, het project gedurende de gehele technische levensduur van de voorziening wordt geëxploiteerd overeenkomstig de subsidieaanvraag, tenzij de minister op verzoek van de subsidieontvanger toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken.
2. De verantwoording van de projectkosten, bedoeld in het eerste lid, onder d, is voorzien van een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van de verantwoording overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, die is afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag verstrekte gegevens, tenzij de minister op verzoek van de subsidieontvanger toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken;
b. gedurende het tijdvak waarover het project zich uitstrekt, telkens na afloop van een tijdvak van zes maanden aan de minister een schriftelijk verslag overeenkomstig een door de minister vastgesteld model wordt overgelegd omtrent de voortgang van het project en de in het kader van het project gemaakte en betaalde projectkosten;
c. een administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen,met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn;
d. gedurende het tijdvak waarover het project zich uitstrekt, telkens na afloop van een tijdvak van twee jaar verantwoording wordt afgelegd omtrent de gemaakte en betaalde projectkosten overeenkomstig een door de minister vastgesteld model voor zover het tijdvak waarover het project zich uitstrekt, meer dan drie jaar bedraagt, en
e. na de datum waarop het project is uitgevoerd, het project gedurende de gehele technische levensduur van de voorziening wordt geëxploiteerd overeenkomstig de subsidieaanvraag, tenzij de minister op verzoek van de subsidieontvanger toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken.
2. De verantwoording van de projectkosten, bedoeld in het eerste lid, onder d, is voorzien van een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van de verantwoording overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, die is afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.