BWBR0009841
Geldig vanaf 1998-09-04
Artikel 13
Subsidieregeling niet-industriële restwarmte-infrastructuur
1. De subsidieontvanger dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de datum waarop het project is uitgevoerd, bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.
2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient de aanvrager een eindverslag in overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, waarin hij rekening en verantwoording aflegt omtrent de resultaten van het project en de gemaakte en betaalde projectkosten.
3. De verantwoording van de projectkosten, bedoeld in het tweede lid, is voorzien van een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van de verantwoording overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, die is afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling dient de aanvrager een eindverslag in overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, waarin hij rekening en verantwoording aflegt omtrent de resultaten van het project en de gemaakte en betaalde projectkosten.
3. De verantwoording van de projectkosten, bedoeld in het tweede lid, is voorzien van een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van de verantwoording overeenkomstig een door de minister vastgesteld model, die is afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.