BWBR0009809
Geldig vanaf 1998-08-14
Artikel 3.1.2
Besluit milieutoelatingseisen biociden
1. Geen toelating wordt verleend voor een biocide indien, bij gebruik daarvan volgens de voorgestelde gebruiksvoorschriften, de voorzienbare concentratie van de werkzame stof of van een andere, tot bezorgdheid aanleiding gevende stof in dat biocide dan wel van relevante metabolieten, afbraak- of reactieproducten in het grondwater één van de volgende concentraties overschrijdt:
a. de maximaal toelaatbare concentratie, vastgesteld in richtlijn nr. 80/778/EEG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229) of in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van die richtlijn vanaf de dag volgend op de dag waarop die wijziging had behoren te zijn verwerkt, of
b. de maximumconcentratie op basis van een risicobeoordeling van de eco-toxicologische of toxicologische gegevens overeenkomstig de procedure van artikel 11 van richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PbEG L 123) of in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van die richtlijn vanaf de dag volgend op de dag waarop die wijziging had behoren te zijn verwerkt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvrager onderscheidenlijk houder van de toelating door middel van een adequate risicobeoordeling aantoont dat onder relevante veldomstandigheden de concentraties, bedoeld in dat lid, niet worden overschreden.
a. de maximaal toelaatbare concentratie, vastgesteld in richtlijn nr. 80/778/EEG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 1980 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water (PbEG L 229) of in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van die richtlijn vanaf de dag volgend op de dag waarop die wijziging had behoren te zijn verwerkt, of
b. de maximumconcentratie op basis van een risicobeoordeling van de eco-toxicologische of toxicologische gegevens overeenkomstig de procedure van artikel 11 van richtlijn nr. 98/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden (PbEG L 123) of in een richtlijn van de Raad van de Europese Unie tot wijziging van die richtlijn vanaf de dag volgend op de dag waarop die wijziging had behoren te zijn verwerkt.
2. Het eerste lid is niet van toepassing, indien de aanvrager onderscheidenlijk houder van de toelating door middel van een adequate risicobeoordeling aantoont dat onder relevante veldomstandigheden de concentraties, bedoeld in dat lid, niet worden overschreden.