BWBR0009750
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 27
Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998
1. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid in het bijzonder, in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag betreft de omslagregeling, bedoeld in paragraaf 3van deze wet, en de medefinancieringsregeling, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003933" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Hoofdstuk II van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden</a>. Het verslag wordt aan de Pensioen- & Verzekeringskamer aangeboden binnen zes maanden na afloop van elk kalenderjaar.
2. De jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar maakt deel uit van het in het eerste lid bedoelde verslag.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>en van het in het vierde lid bedoelde rapport.
4. Ten aanzien van het gevoerde financiële beheer beoordeelt de accountant of de in de jaarrekening opgenomen posten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet en andere wettelijke regelingen bepaalde en of ook overigens is zorggedragen voor een ordelijk en controleerbaar financieel beheer. De accountant legt zijn bevindingen en zijn oordeel omtrent het financiële beheer vast in een rapport.
5. De jaarrekening behoeft de goedkeuring van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
6. Het samenstellen en het overleggen van de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde stukken, geschiedt met inachtneming van de terzake door de Pensioen- & Verzekeringskamer gegeven aanwijzingen.
7. Het uitvoeringsorgaan machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de accountant schriftelijk desgevraagd aan de Pensioen- & Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet of de <a href="/wet/BWBR0003933" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden</a>opgelegde taak.
8. Indien de accountant naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak met betrekking tot het uitvoeringsorgaan naar behoren zal vervullen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid af te leggen of een rapport als bedoeld in het vierde lid af te geven.
9. Het uitvoeringsorgaan stelt het in het eerste lid bedoelde verslag en de daarvan deel uitmakende jaarrekening en de verklaring omtrent de getrouwheid algemeen verkrijgbaar.
2. De jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar maakt deel uit van het in het eerste lid bedoelde verslag.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/393" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>en van het in het vierde lid bedoelde rapport.
4. Ten aanzien van het gevoerde financiële beheer beoordeelt de accountant of de in de jaarrekening opgenomen posten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet en andere wettelijke regelingen bepaalde en of ook overigens is zorggedragen voor een ordelijk en controleerbaar financieel beheer. De accountant legt zijn bevindingen en zijn oordeel omtrent het financiële beheer vast in een rapport.
5. De jaarrekening behoeft de goedkeuring van de Pensioen- & Verzekeringskamer.
6. Het samenstellen en het overleggen van de in het eerste tot en met vierde lid bedoelde stukken, geschiedt met inachtneming van de terzake door de Pensioen- & Verzekeringskamer gegeven aanwijzingen.
7. Het uitvoeringsorgaan machtigt bij de opdracht tot het onderzoek de accountant schriftelijk desgevraagd aan de Pensioen- & Verzekeringskamer alle inlichtingen te verstrekken, die redelijkerwijs geacht kunnen worden nodig te zijn voor de vervulling van de haar bij of krachtens deze wet of de <a href="/wet/BWBR0003933" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden</a>opgelegde taak.
8. Indien de accountant naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet of niet meer de nodige waarborgen biedt dat hij de hem toevertrouwde taak met betrekking tot het uitvoeringsorgaan naar behoren zal vervullen, kan de Pensioen- & Verzekeringskamer bepalen dat hij niet bevoegd is een verklaring als bedoeld in het derde lid af te leggen of een rapport als bedoeld in het vierde lid af te geven.
9. Het uitvoeringsorgaan stelt het in het eerste lid bedoelde verslag en de daarvan deel uitmakende jaarrekening en de verklaring omtrent de getrouwheid algemeen verkrijgbaar.