BWBR0009750
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 15
Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998
1. Een ziektekostenverzekeraar is verplicht om jaarlijks vóór 1 april aan het uitvoeringsorgaan opgave te doen van:
a. het aantal bij hem op 1 januari van het lopende kalenderjaar verzekerde personen, onderscheiden naar de leeftijdscategorieën: 0 tot en met 19 jaar; 20 tot en met 64 jaar en 65 jaar en ouder;
b. door hem in het voorafgaande kalenderjaar uitgekeerde schadebedragen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, eerste en tweede volzin;
c. met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar ingevolge artikel 13 ontvangen en nog te ontvangen omslagbijdragen;
d. in het voorafgaande kalenderjaar uitgevoerde controlemaatregelen ter bepaling van de gegrondheid van de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het beheer van de overeenkomsten van standaardverzekering.
2. De opgaven, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De opgave, bedoeld in het eerste lid, onder d, gaat vergezeld van een door een in de vorige volzin bedoelde accountant afgegeven rapport van bevindingen inzake het functioneren van de administratieve organisatie en interne controle betreffende de gegrondheid van de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het beheer van de overeenkomst van standaardverzekering.
a. het aantal bij hem op 1 januari van het lopende kalenderjaar verzekerde personen, onderscheiden naar de leeftijdscategorieën: 0 tot en met 19 jaar; 20 tot en met 64 jaar en 65 jaar en ouder;
b. door hem in het voorafgaande kalenderjaar uitgekeerde schadebedragen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, eerste en tweede volzin;
c. met betrekking tot het voorafgaande kalenderjaar ingevolge artikel 13 ontvangen en nog te ontvangen omslagbijdragen;
d. in het voorafgaande kalenderjaar uitgevoerde controlemaatregelen ter bepaling van de gegrondheid van de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het beheer van de overeenkomsten van standaardverzekering.
2. De opgaven, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en c, gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De opgave, bedoeld in het eerste lid, onder d, gaat vergezeld van een door een in de vorige volzin bedoelde accountant afgegeven rapport van bevindingen inzake het functioneren van de administratieve organisatie en interne controle betreffende de gegrondheid van de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en het beheer van de overeenkomst van standaardverzekering.