BWBR0009750
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 11
Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998
1. De door het uitvoeringsorgaan ingevolge artikel 8aan de ziektekostenverzekeraars per saldo verschuldigde bedragen worden door middel van een omslagbijdrage verhaald.
2. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks in de maand oktober het bedrag van de omslagbijdrage voor het daaropvolgende kalenderjaar vast.
3. De omslagbijdrage wordt als volgt vastgesteld:
a. de som wordt vastgesteld van: 1. het geraamde bedrag van de op grond van artikel 8 door het uitvoeringsorgaan per saldo aan de ziektekostenverzekeraars in het volgende kalenderjaar verschuldigde vergoedingen;
2. de voor het volgende kalenderjaar geraamde kosten van het uitvoeringsorgaan;
1. het geraamde bedrag van de op grond van artikel 8 door het uitvoeringsorgaan per saldo aan de ziektekostenverzekeraars in het volgende kalenderjaar verschuldigde vergoedingen;
2. de voor het volgende kalenderjaar geraamde kosten van het uitvoeringsorgaan;
b. de som wordt verhoogd of verlaagd met: 1. het bedrag dat het uitvoeringsorgaan op grond van artikel 14 per saldo aan de ziektekostenverzekeraars is verschuldigd onderscheidenlijk van de ziektekostenverzekeraars heeft te vorderen met betrekking tot het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
2. de verschillen tussen het geraamde en het werkelijke bedrag, bedoeld in onderdeel a, onder 1, en tussen de geraamde en de werkelijke kosten, bedoeld in onderdeel a, onder 2, van het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
3. het bedrag waarmee de voorziening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, naar beneden onderscheidenlijk naar boven afwijkt van de krachtens het tweede lid van dat artikel vastgestelde omvang;
1. het bedrag dat het uitvoeringsorgaan op grond van artikel 14 per saldo aan de ziektekostenverzekeraars is verschuldigd onderscheidenlijk van de ziektekostenverzekeraars heeft te vorderen met betrekking tot het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
2. de verschillen tussen het geraamde en het werkelijke bedrag, bedoeld in onderdeel a, onder 1, en tussen de geraamde en de werkelijke kosten, bedoeld in onderdeel a, onder 2, van het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
3. het bedrag waarmee de voorziening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, naar beneden onderscheidenlijk naar boven afwijkt van de krachtens het tweede lid van dat artikel vastgestelde omvang;
c. de uitkomst van b wordt gedeeld door het geraamde aantal verzekerden, jonger dan 65 jaar, met een overeenkomst van ziektekostenverzekering op 1 januari van het volgende kalenderjaar, met inachtneming van de volgende wegingsfactoren: – voor de leeftijdscategorie van 0 tot en met 19 jaar: 50%;
– voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar: 100%.
– voor de leeftijdscategorie van 0 tot en met 19 jaar: 50%;
– voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar: 100%.
4. Het uitvoeringsorgaan deelt de in het derde lid bedoelde omslag-bijdrage uiterlijk 31 oktober van het lopende kalenderjaar mee aan Onze Minister. Deze omslagbijdrage behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
5. In geval van onthouding van goedkeuring stelt het uitvoeringsorgaan met inachtneming van door Onze Minister te geven aanwijzingen de omslagbijdrage opnieuw vast.
6. Indien Onze Minister aan de in het vijfde lid bedoelde vaststelling van de omslagbijdrage eveneens goedkeuring onthoudt stelt hij zelf de omslagbijdrage vast.
2. Het uitvoeringsorgaan stelt jaarlijks in de maand oktober het bedrag van de omslagbijdrage voor het daaropvolgende kalenderjaar vast.
3. De omslagbijdrage wordt als volgt vastgesteld:
a. de som wordt vastgesteld van: 1. het geraamde bedrag van de op grond van artikel 8 door het uitvoeringsorgaan per saldo aan de ziektekostenverzekeraars in het volgende kalenderjaar verschuldigde vergoedingen;
2. de voor het volgende kalenderjaar geraamde kosten van het uitvoeringsorgaan;
1. het geraamde bedrag van de op grond van artikel 8 door het uitvoeringsorgaan per saldo aan de ziektekostenverzekeraars in het volgende kalenderjaar verschuldigde vergoedingen;
2. de voor het volgende kalenderjaar geraamde kosten van het uitvoeringsorgaan;
b. de som wordt verhoogd of verlaagd met: 1. het bedrag dat het uitvoeringsorgaan op grond van artikel 14 per saldo aan de ziektekostenverzekeraars is verschuldigd onderscheidenlijk van de ziektekostenverzekeraars heeft te vorderen met betrekking tot het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
2. de verschillen tussen het geraamde en het werkelijke bedrag, bedoeld in onderdeel a, onder 1, en tussen de geraamde en de werkelijke kosten, bedoeld in onderdeel a, onder 2, van het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
3. het bedrag waarmee de voorziening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, naar beneden onderscheidenlijk naar boven afwijkt van de krachtens het tweede lid van dat artikel vastgestelde omvang;
1. het bedrag dat het uitvoeringsorgaan op grond van artikel 14 per saldo aan de ziektekostenverzekeraars is verschuldigd onderscheidenlijk van de ziektekostenverzekeraars heeft te vorderen met betrekking tot het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
2. de verschillen tussen het geraamde en het werkelijke bedrag, bedoeld in onderdeel a, onder 1, en tussen de geraamde en de werkelijke kosten, bedoeld in onderdeel a, onder 2, van het lopende en de daaraan voorafgaande kalenderjaren;
3. het bedrag waarmee de voorziening, bedoeld in artikel 16, eerste lid, naar beneden onderscheidenlijk naar boven afwijkt van de krachtens het tweede lid van dat artikel vastgestelde omvang;
c. de uitkomst van b wordt gedeeld door het geraamde aantal verzekerden, jonger dan 65 jaar, met een overeenkomst van ziektekostenverzekering op 1 januari van het volgende kalenderjaar, met inachtneming van de volgende wegingsfactoren: – voor de leeftijdscategorie van 0 tot en met 19 jaar: 50%;
– voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar: 100%.
– voor de leeftijdscategorie van 0 tot en met 19 jaar: 50%;
– voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar: 100%.
4. Het uitvoeringsorgaan deelt de in het derde lid bedoelde omslag-bijdrage uiterlijk 31 oktober van het lopende kalenderjaar mee aan Onze Minister. Deze omslagbijdrage behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
5. In geval van onthouding van goedkeuring stelt het uitvoeringsorgaan met inachtneming van door Onze Minister te geven aanwijzingen de omslagbijdrage opnieuw vast.
6. Indien Onze Minister aan de in het vijfde lid bedoelde vaststelling van de omslagbijdrage eveneens goedkeuring onthoudt stelt hij zelf de omslagbijdrage vast.