BWBR0009709
Geldig vanaf 2025-07-14
Artikel 16
Penitentiaire beginselenwet
1. De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de gedetineerden die overeenkomstig artikel 15zijn geplaatst in de inrichting of afdeling met het beheer waarvan hij is belast.
2. De directeur wijst iedere gedetineerde een verblijfsruimte toe.
3. De directeur kan onderdelen van de inrichting of afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van gedetineerden die een bijzondere opvang in de zin van artikel 14behoeven.
4. De directeur bepaalt de criteria waaraan de gedetineerde moet voldoen om voor onderbrenging als bedoeld in het derde lid in aanmerking te komen.
5. Onze Minister stelt regels omtrent de eisen waaraan een verblijfsruimte als bedoeld in het tweede lid moet voldoen.
2. De directeur wijst iedere gedetineerde een verblijfsruimte toe.
3. De directeur kan onderdelen van de inrichting of afdeling aanwijzen voor de onderbrenging van gedetineerden die een bijzondere opvang in de zin van artikel 14behoeven.
4. De directeur bepaalt de criteria waaraan de gedetineerde moet voldoen om voor onderbrenging als bedoeld in het derde lid in aanmerking te komen.
5. Onze Minister stelt regels omtrent de eisen waaraan een verblijfsruimte als bedoeld in het tweede lid moet voldoen.