BWBR0009694
Geldig vanaf 1998-06-21
Artikel 6
Promit-regeling 1998
1. Onverminderd het bepaalde in het tweede, derde, vierde en zevende lid, bedraagt de subsidie:
a. voor haalbaarheidsonderzoeken: 75% van de projectkosten;
b. voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% van de project- kosten, met dien verstande dat de kosten van een door de rijksoverheid gefinancierde onderwijs- of onderzoeksinstelling 100% gesubsidieerd kunnen worden;
c. voor praktijkexperimenten: 25% van de projectkosten;
d. voor demonstratieprojecten: 25% van de projectkosten;
e. voor kennisoverdachtprojecten: 90% van de projectkosten.
2. De in het eerste lid genoemde percentages voor een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment of een demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:
a. ten hoogste 10% van de projectkosten indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese gemeenschappen van 23 juli 1996 (PbEG C 213);
b. ten hoogste 15% van de projectkosten indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen, taken en technische oogmerken van de werk- programma’s Vervoer, Thermie, Industrie- en materiaaltechnologie, Informatietechnologie, Telematica-technologie en Geavanceerde commu-nicatietechnologie en -diensten van het vierde kaderprogramma en volgende voor Onderzoek en technologische ontwikkeling of het SAVE-programma, mits het project gericht is op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multi- disciplinaire aanpak.
3. Indien sprake is van een combinatie van projecten die betrekking hebben op hetzelfde logistiek systeem of dezelfde verkeers- en vervoerstechniek, dan bedraagt de subsidie ten hoogste het gewogen gemiddelde van de voor de afzonderlijke projecten op grond van het eerste en tweede lid geldende percentages.
4. Tot de projectkosten, bedoeld in het eerste lid, behoren:
a. de kosten van personeel dat zich uitsluitend met de uitvoering van het project bezighoudt;
b. de kosten van de apparatuur, de uitrusting en de gebouwen die uitsluitend en permanent voor de uitvoering van het project worden gebruikt;
c. de kosten van het inwinnen van extern advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor de uitvoering van het project worden gebruikt;
d. overige algemene en exploitatiekosten die rechtstreeks uit de projectactiviteiten voortvloeien.
5. De in het vierde lid genoemde kosten worden in aanmerking genomen:
a. met inbegrip van verschuldigde omzetbelasting voor zover deze niet kan worden verrekend;
b. voor zover zij na 31 december 1997 zijn gemaakt;
c. voor zover zij rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen.
6. Indien ten behoeve van het project subsidie is verleend uit anderen hoofde dan deze regeling dan wel daarop aanspraak bestaat, wordt de subsidie die is vastgesteld op grond van de voorgaande leden zodanig verlaagd dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan het ingevolge de voorgaande leden voor het desbetreffende project maximaal geldende percentage.
7. De subsidie bedraagt maximaal f 500.000,- per project.
a. voor haalbaarheidsonderzoeken: 75% van de projectkosten;
b. voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten: 50% van de project- kosten, met dien verstande dat de kosten van een door de rijksoverheid gefinancierde onderwijs- of onderzoeksinstelling 100% gesubsidieerd kunnen worden;
c. voor praktijkexperimenten: 25% van de projectkosten;
d. voor demonstratieprojecten: 25% van de projectkosten;
e. voor kennisoverdachtprojecten: 90% van de projectkosten.
2. De in het eerste lid genoemde percentages voor een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment of een demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:
a. ten hoogste 10% van de projectkosten indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen van de Commissie van de Europese gemeenschappen van 23 juli 1996 (PbEG C 213);
b. ten hoogste 15% van de projectkosten indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen, taken en technische oogmerken van de werk- programma’s Vervoer, Thermie, Industrie- en materiaaltechnologie, Informatietechnologie, Telematica-technologie en Geavanceerde commu-nicatietechnologie en -diensten van het vierde kaderprogramma en volgende voor Onderzoek en technologische ontwikkeling of het SAVE-programma, mits het project gericht is op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multi- disciplinaire aanpak.
3. Indien sprake is van een combinatie van projecten die betrekking hebben op hetzelfde logistiek systeem of dezelfde verkeers- en vervoerstechniek, dan bedraagt de subsidie ten hoogste het gewogen gemiddelde van de voor de afzonderlijke projecten op grond van het eerste en tweede lid geldende percentages.
4. Tot de projectkosten, bedoeld in het eerste lid, behoren:
a. de kosten van personeel dat zich uitsluitend met de uitvoering van het project bezighoudt;
b. de kosten van de apparatuur, de uitrusting en de gebouwen die uitsluitend en permanent voor de uitvoering van het project worden gebruikt;
c. de kosten van het inwinnen van extern advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor de uitvoering van het project worden gebruikt;
d. overige algemene en exploitatiekosten die rechtstreeks uit de projectactiviteiten voortvloeien.
5. De in het vierde lid genoemde kosten worden in aanmerking genomen:
a. met inbegrip van verschuldigde omzetbelasting voor zover deze niet kan worden verrekend;
b. voor zover zij na 31 december 1997 zijn gemaakt;
c. voor zover zij rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen.
6. Indien ten behoeve van het project subsidie is verleend uit anderen hoofde dan deze regeling dan wel daarop aanspraak bestaat, wordt de subsidie die is vastgesteld op grond van de voorgaande leden zodanig verlaagd dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan het ingevolge de voorgaande leden voor het desbetreffende project maximaal geldende percentage.
7. De subsidie bedraagt maximaal f 500.000,- per project.