BWBR0009694
Geldig vanaf 1998-06-21
Artikel 2
Promit-regeling 1998
1. De Minister kan aan haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en kennisoverdracht-projecten subsidie verlenen indien deze:
a. behoren tot een van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde categorieën, en
b. in aanmerkelijke mate bijdragen aan de bevordering van de modal shift in het goederenvervoer, en
c. geheel of gedeeltelijk in Nederland worden uitgevoerd in samenwerking tussen tenminste één van de volgende marktpartijen: in Nederland gevestigde vervoers- en verladersbedrijven;
in Nederland gevestigde toeleveranciers aan deze bedrijven;
en tenminste één van de volgende onderzoekspartijen:
ingenieurs- en adviesbureaus die actief zijn op logistiek gebied;
instellingen voor wetenschappelijk onderwijs;
instellingen voor wetenschappelijk of toegepast onderzoek.
in Nederland gevestigde vervoers- en verladersbedrijven;
in Nederland gevestigde toeleveranciers aan deze bedrijven;
en tenminste één van de volgende onderzoekspartijen:
ingenieurs- en adviesbureaus die actief zijn op logistiek gebied;
instellingen voor wetenschappelijk onderwijs;
instellingen voor wetenschappelijk of toegepast onderzoek.
2. De mate waarin wordt bijgedragen aan de in de eerste lid bedoelde bevordering van de modal shift wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:
a. de milieu- en energiewaarde van het project, te beoordelen aan de hand van de mate waarin een vermindering van de uitstoot van CO2 en NOx als gevolg van het project aannemelijk wordt gemaakt;
b. de slagingskans van het project, te beoordelen op basis van de volgende elementen: technische haalbaarheid;
organisatorische haalbaarheid;
economische haalbaarheid;
technische haalbaarheid;
organisatorische haalbaarheid;
economische haalbaarheid;
c. de innovatieve waarde van het project, te beoordelen naar de mate waarin sprake is van het toepassen van nieuwe of vernieuwende systemen en technieken dan wel het geven van een nieuwe of vernieuwende toepassing van bestaande systemen en technieken;
d. de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten in de markt, te beoordelen naar de mate waarin de projectresultaten naar verwachting kunnen worden toegepast in de markt.
a. behoren tot een van de in de artikelen 3 en 4 bedoelde categorieën, en
b. in aanmerkelijke mate bijdragen aan de bevordering van de modal shift in het goederenvervoer, en
c. geheel of gedeeltelijk in Nederland worden uitgevoerd in samenwerking tussen tenminste één van de volgende marktpartijen: in Nederland gevestigde vervoers- en verladersbedrijven;
in Nederland gevestigde toeleveranciers aan deze bedrijven;
en tenminste één van de volgende onderzoekspartijen:
ingenieurs- en adviesbureaus die actief zijn op logistiek gebied;
instellingen voor wetenschappelijk onderwijs;
instellingen voor wetenschappelijk of toegepast onderzoek.
in Nederland gevestigde vervoers- en verladersbedrijven;
in Nederland gevestigde toeleveranciers aan deze bedrijven;
en tenminste één van de volgende onderzoekspartijen:
ingenieurs- en adviesbureaus die actief zijn op logistiek gebied;
instellingen voor wetenschappelijk onderwijs;
instellingen voor wetenschappelijk of toegepast onderzoek.
2. De mate waarin wordt bijgedragen aan de in de eerste lid bedoelde bevordering van de modal shift wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:
a. de milieu- en energiewaarde van het project, te beoordelen aan de hand van de mate waarin een vermindering van de uitstoot van CO2 en NOx als gevolg van het project aannemelijk wordt gemaakt;
b. de slagingskans van het project, te beoordelen op basis van de volgende elementen: technische haalbaarheid;
organisatorische haalbaarheid;
economische haalbaarheid;
technische haalbaarheid;
organisatorische haalbaarheid;
economische haalbaarheid;
c. de innovatieve waarde van het project, te beoordelen naar de mate waarin sprake is van het toepassen van nieuwe of vernieuwende systemen en technieken dan wel het geven van een nieuwe of vernieuwende toepassing van bestaande systemen en technieken;
d. de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten in de markt, te beoordelen naar de mate waarin de projectresultaten naar verwachting kunnen worden toegepast in de markt.