1. De aanvragen worden behandeld in volgorde van ontvangst met dien verstande dat wanneer een aanvrager krachtens
artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtin de gelegenheid wordt gesteld zijn aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvullende gegevens zijn ontvangen geldt als datum van ontvangst.
2. De Minister neemt binnen zes weken na de datum van ontvangst van de aanvraag een beslissing.
3. Indien meer tot dezelfde projectcategorie behorende aanvragen op dezelfde dag zijn ontvangen die betrekking hebben op een totaalbedrag aan subsidie dat hoger is dan het resterende gedeelte van het voor die categorie beschikbare subsidieplafond, dan wordt het resterende gedeelte naar evenredigheid over die aanvragen verdeeld.
4. Behalve de in de
Algemene wet bestuursrechtgeregelde gevallen wordt de aanvraag ook afgewezen indien:
a. hij niet binnen de in artikel 7, derde lid, genoemde periode is ingediend;
b. de aanvraag betrekking heeft op een demonstratieproject en het project niet voldoende rendabele toepassingsmogelijkheden voor andere marktpartijen dan de aanvrager zelf biedt;
c. de aanvrager niet aannemelijk kan maken dat hem voldoende financiële middelen ter beschikking staan om het project uit te voeren;
d. de aanvrager niet beschikt over de voor de uitvoering van het project benodigde vergunningen en ontheffingen en deze niet binnen een door de programmabeheerder gestelde termijn verkregen kunnen worden.