BWBR0009694
Geldig vanaf 1998-06-21
Artikel 13
Promit-regeling 1998
1. Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen binnen 13 weken na beëindiging van het project worden ingediend bij de programmabeheerder.
2. De aanvraag vindt plaats door indiening van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar aanvraagformulier en gaat in ieder geval vergezeld van:
a. het in artikel 11, eerste lid, onder b. bedoelde verslag;
b. een financiële verantwoording over de uitvoering van het pro-ject die wordt voorzien van een verklaring van een in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde accountant indien het verleende subsidiebedrag f 100.000,- of meer bedraagt, dan wel van een verklaring van een administratief accountant indien het verleende subsidiebedrag lager is.
3. De verklaring van een in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde accountant kan ook worden verlangd indien de Minister een redelijk vermoeden heeft dat de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden of dat op andere wijze sprake is van het bestaan van onregelmatigheden.
4. De Minister neemt binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling een beslissing op de aanvraag.
5. Indien het definitieve subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds ingevolge artikel 9, tweede lid, als voorschot is uitbetaald, wordt het restant binnen twee weken na dagtekening van de beschikking tot subsidievaststelling uitbetaald.
2. De aanvraag vindt plaats door indiening van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar aanvraagformulier en gaat in ieder geval vergezeld van:
a. het in artikel 11, eerste lid, onder b. bedoelde verslag;
b. een financiële verantwoording over de uitvoering van het pro-ject die wordt voorzien van een verklaring van een in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde accountant indien het verleende subsidiebedrag f 100.000,- of meer bedraagt, dan wel van een verklaring van een administratief accountant indien het verleende subsidiebedrag lager is.
3. De verklaring van een in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde accountant kan ook worden verlangd indien de Minister een redelijk vermoeden heeft dat de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden of dat op andere wijze sprake is van het bestaan van onregelmatigheden.
4. De Minister neemt binnen zes weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling een beslissing op de aanvraag.
5. Indien het definitieve subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds ingevolge artikel 9, tweede lid, als voorschot is uitbetaald, wordt het restant binnen twee weken na dagtekening van de beschikking tot subsidievaststelling uitbetaald.