BWBR0009684
Geldig vanaf 2004-03-04
Artikel 4
Infectieziektenwet
1. De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte uit groep A vermoedt of vaststelt, meldt dit zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen 24 uur, aan de directeur.
2. De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte uit groep B vaststelt, meldt dit binnen 24 uur aan de directeur.
3. De arts die gegronde redenen heeft om bij een persoon een infectieziekte uit groep B te vermoeden, meldt dat vermoeden binnen 24 uur aan de directeur, indien
a. die persoon weigert het onderzoek te ondergaan dat noodzakelijk is ter vaststelling van die ziekte en
b. daardoor ernstig gevaar voor de volksgezondheid door de verspreiding van die infectieziekte kan ontstaan.
4. De arts doet de in de voorgaande drie leden bedoelde meldingen aan de directeur van de gemeente waarin hij zijn praktijk heeft.
5. Indien de melding betrekking heeft op een persoon die zijn verblijfplaats heeft in een andere gemeente, geeft de directeur deze melding terstond door aan de directeur van de verblijfplaats van de betrokkene.
6. In afwijking van het eerste en tweede lid treedt de meldingsplicht ten aanzien van bij ministeriële regeling aan te wijzen infectieziekten uit groep A of groep B in of buiten werking met ingang van een daarbij te bepalen tijdstip, met inachtneming van daarbij te stellen regels.
2. De arts die bij een door hem onderzocht persoon een infectieziekte uit groep B vaststelt, meldt dit binnen 24 uur aan de directeur.
3. De arts die gegronde redenen heeft om bij een persoon een infectieziekte uit groep B te vermoeden, meldt dat vermoeden binnen 24 uur aan de directeur, indien
a. die persoon weigert het onderzoek te ondergaan dat noodzakelijk is ter vaststelling van die ziekte en
b. daardoor ernstig gevaar voor de volksgezondheid door de verspreiding van die infectieziekte kan ontstaan.
4. De arts doet de in de voorgaande drie leden bedoelde meldingen aan de directeur van de gemeente waarin hij zijn praktijk heeft.
5. Indien de melding betrekking heeft op een persoon die zijn verblijfplaats heeft in een andere gemeente, geeft de directeur deze melding terstond door aan de directeur van de verblijfplaats van de betrokkene.
6. In afwijking van het eerste en tweede lid treedt de meldingsplicht ten aanzien van bij ministeriële regeling aan te wijzen infectieziekten uit groep A of groep B in of buiten werking met ingang van een daarbij te bepalen tijdstip, met inachtneming van daarbij te stellen regels.