BWBR0009630
Geldig vanaf 2003-10-27
Artikel 8
Regeling havenstaatcontrole
1. Indien een schip is aangehouden, legt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat bij de kennisgeving ingevolge artikel 8, derde lid, van de wettevens het inspectierapport over. Bovendien doet hij, indien zulks van belang is, ook mededeling van de aanhouding, onder overlegging van het inspectierapport, aan de aangewezen inspecteurs of de erkende organisaties die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van de classificatiecertificaten of de certificaten die namens de vlaggenstaat overeenkomstig de internationale verdragen worden afgegeven.
2. Op de opheffing van de aanhouding is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het betrokken classificatiebureau in kennis van de door hem gestelde en goedgekeurde voorwaarden voor de reis van het schip naar de reparatiewerf. Deze kennisgeving geschiedt in overeenstemming met bijlage 2 van het MOU.
4. Indien een schip, aangehouden in een andere havenstaat dan Nederland, in Nederland bij een reparatiewerf zal worden gerepareerd, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de bevoegde autoriteit van de desbetreffende havenstaat in kennis van de maatregelen die in Nederland zijn genomen.
5. Indien het in het vierde lid bedoelde schip zich niet naar de afgesproken reparatiewerf begeeft, waarschuwt een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten.
6. Indien een aangehouden schip een haven uitvaart zonder te voldoen aan de door de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat gestelde en goedgekeurde voorwaarden, waarschuwt deze onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten.
7. Indien een havenbeheerder bij de uitoefening van zijn normale taak opmerkt dat een schip tekortkomingen heeft die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid van het schip of een onredelijk groot gevaar opleveren voor schade aan het mariene milieu, stelt hij een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat daarvan onmiddellijk in kennis.
8. Indien een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 10, derde lid, van de wet, besluit tot opheffing van de aanhouding van een schip, stelt hij onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten daarvan in kennis.
2. Op de opheffing van de aanhouding is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het betrokken classificatiebureau in kennis van de door hem gestelde en goedgekeurde voorwaarden voor de reis van het schip naar de reparatiewerf. Deze kennisgeving geschiedt in overeenstemming met bijlage 2 van het MOU.
4. Indien een schip, aangehouden in een andere havenstaat dan Nederland, in Nederland bij een reparatiewerf zal worden gerepareerd, stelt de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat de bevoegde autoriteit van de desbetreffende havenstaat in kennis van de maatregelen die in Nederland zijn genomen.
5. Indien het in het vierde lid bedoelde schip zich niet naar de afgesproken reparatiewerf begeeft, waarschuwt een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten.
6. Indien een aangehouden schip een haven uitvaart zonder te voldoen aan de door de ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat gestelde en goedgekeurde voorwaarden, waarschuwt deze onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten.
7. Indien een havenbeheerder bij de uitoefening van zijn normale taak opmerkt dat een schip tekortkomingen heeft die afbreuk kunnen doen aan de veiligheid van het schip of een onredelijk groot gevaar opleveren voor schade aan het mariene milieu, stelt hij een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat daarvan onmiddellijk in kennis.
8. Indien een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 10, derde lid, van de wet, besluit tot opheffing van de aanhouding van een schip, stelt hij onmiddellijk de bevoegde instanties van alle andere bij het MOU aangesloten havenstaten daarvan in kennis.