BWBR0009630
Geldig vanaf 2003-10-27
Artikel 6c
Regeling havenstaatcontrole
1. De ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kunnen een schip onderwerpen aan een controle als bedoeld in artikel 7 van verordening (EG) nr. 782/2003 en artikel 3 van verordening (EG) nr. 536/2008.
2. Tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, blijft de inspectie beperkt tot:
a. een verificatie van de documenten die op grond van artikel 6, eerste lid, onder a en b, van de verordening (EG) nr. 782/2003 aan boord dienen te zijn, of
b. een beperkte monsterneming van het aangroeiwerende verfsysteem van het schip, zonder afbreuk te doen aan de integriteit, structuur of werking van het aangroeiwerende verfsysteem.
3. Indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, onderwerpt een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het schip aan een nadere inspectie.
2. Tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat een schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, blijft de inspectie beperkt tot:
a. een verificatie van de documenten die op grond van artikel 6, eerste lid, onder a en b, van de verordening (EG) nr. 782/2003 aan boord dienen te zijn, of
b. een beperkte monsterneming van het aangroeiwerende verfsysteem van het schip, zonder afbreuk te doen aan de integriteit, structuur of werking van het aangroeiwerende verfsysteem.
3. Indien er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat het schip niet voldoet aan de in het eerste lid genoemde verordening (EG) nr. 782/2003, onderwerpt een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat het schip aan een nadere inspectie.