BWBR0009630
Geldig vanaf 2003-10-27
Artikel 5
Regeling havenstaatcontrole
1. Een ambtenaar van de Inspectie Verkeer en Waterstaat onderwerpt een schip dat minder dan zes maanden tevoren door een andere bij het MOU aangesloten havenstaat is geïnspecteerd niet aan een inspectie, nadere inspectie of een controle, indien:
a. het schip niet behoort tot een van de categorieën van schepen, genoemd in bijlage I van de richtlijn,
b. er geen tekortkomingen zijn gemeld na een vorige inspectie, nadere inspectie of controle, en
c. er geen gegronde redenen zijn om het schip aan een inspectie, nadere inspectie of controle te onderwerpen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een inspectie, nadere inspectie of controle met betrekking tot de operationele voorschriften uit een of meer van de verdragen, alsmede op schepen als bedoeld in artikel 4, eerste lid.
a. het schip niet behoort tot een van de categorieën van schepen, genoemd in bijlage I van de richtlijn,
b. er geen tekortkomingen zijn gemeld na een vorige inspectie, nadere inspectie of controle, en
c. er geen gegronde redenen zijn om het schip aan een inspectie, nadere inspectie of controle te onderwerpen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een inspectie, nadere inspectie of controle met betrekking tot de operationele voorschriften uit een of meer van de verdragen, alsmede op schepen als bedoeld in artikel 4, eerste lid.