BWBR0009542
Geldig vanaf 1998-09-01
Artikel 15
Wet herstructurering varkenshouderij
1. Het is verboden op een bedrijf gemiddeld gedurende het jaar een groter aantal varkens, onderscheidenlijk fokzeugen, te houden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht.
2. De vermindering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet voor het deel van het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, dat overeenkomt met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door achtereenvolgens 125 kilogram fosfaat per hectare van de in desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond te verminderen met de in het desbetreffende jaar geproduceerde dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, afkomstig van andere in bijlage A van de Meststoffenwetopgenomen diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen, en dit verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt niet in aanmerking genomen de hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van andere diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen die overeenkomt met het niet-gebonden mestproductierecht voor die diersoorten. De hoeveelheid dierlijke meststoffen wordt bepaald overeenkomstig artikel 55, achtste lid, van de Meststoffenwet.
3. Het is verboden anders dan op een bedrijf op enig moment een groter aantal varkens te houden dan overeenkomt met 3 varkenseenheden.
2. De vermindering, bedoeld in het eerste lid, geschiedt niet voor het deel van het grondgebonden deel van het varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht, dat overeenkomt met het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door achtereenvolgens 125 kilogram fosfaat per hectare van de in desbetreffende jaar tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond te verminderen met de in het desbetreffende jaar geproduceerde dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, afkomstig van andere in bijlage A van de Meststoffenwetopgenomen diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen, en dit verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt niet in aanmerking genomen de hoeveelheid dierlijke meststoffen afkomstig van andere diersoorten dan varkens, kippen en kalkoenen die overeenkomt met het niet-gebonden mestproductierecht voor die diersoorten. De hoeveelheid dierlijke meststoffen wordt bepaald overeenkomstig artikel 55, achtste lid, van de Meststoffenwet.
3. Het is verboden anders dan op een bedrijf op enig moment een groter aantal varkens te houden dan overeenkomt met 3 varkenseenheden.