BWBR0009480
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 7
Aanvullend Luchthaven Reglement Lelystad
Met inachtneming van het gestelde in artikel 19 van het Algemeen Luchthaven Reglement worden de volgende voorschriften vastgesteld:
1. Het toezicht bij de met het tanken verband houdende werkzaamheden a. alle direct met het tanken verband houdende werkzaamheden vinden plaats door een ter zake kundig persoon;
b. een ieder die het leveren, vervoeren en tanken van vliegtuigbrandstoffen verricht, ziet erop toe dat de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd.
a. alle direct met het tanken verband houdende werkzaamheden vinden plaats door een ter zake kundig persoon;
b. een ieder die het leveren, vervoeren en tanken van vliegtuigbrandstoffen verricht, ziet erop toe dat de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd.
2. Het tanken a. Het is verboden te tanken met passagiers aan boord;
b. Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken met draaiende rotor;
c. Het is verboden te tanken met draaiende motor, behoudens verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
d. Het is verboden tijdens het tanken werkzaamheden aan het vliegtuig te verrichten of elektrische schakelaars te bedienen, met uitzondering van die schakelaars die behoren bij de voor het tanken benodigde installatie en de daarbij noodzakelijke verlichting;
a. Het is verboden te tanken met passagiers aan boord;
b. Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken met draaiende rotor;
c. Het is verboden te tanken met draaiende motor, behoudens verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
d. Het is verboden tijdens het tanken werkzaamheden aan het vliegtuig te verrichten of elektrische schakelaars te bedienen, met uitzondering van die schakelaars die behoren bij de voor het tanken benodigde installatie en de daarbij noodzakelijke verlichting;
3. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de dienstdoende functionaris van de havendienst in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het (opnieuw) starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de dienstdoende functionaris van de havendienst in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het (opnieuw) starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst.
1. Het toezicht bij de met het tanken verband houdende werkzaamheden a. alle direct met het tanken verband houdende werkzaamheden vinden plaats door een ter zake kundig persoon;
b. een ieder die het leveren, vervoeren en tanken van vliegtuigbrandstoffen verricht, ziet erop toe dat de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd.
a. alle direct met het tanken verband houdende werkzaamheden vinden plaats door een ter zake kundig persoon;
b. een ieder die het leveren, vervoeren en tanken van vliegtuigbrandstoffen verricht, ziet erop toe dat de bepalingen van dit hoofdstuk worden nageleefd.
2. Het tanken a. Het is verboden te tanken met passagiers aan boord;
b. Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken met draaiende rotor;
c. Het is verboden te tanken met draaiende motor, behoudens verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
d. Het is verboden tijdens het tanken werkzaamheden aan het vliegtuig te verrichten of elektrische schakelaars te bedienen, met uitzondering van die schakelaars die behoren bij de voor het tanken benodigde installatie en de daarbij noodzakelijke verlichting;
a. Het is verboden te tanken met passagiers aan boord;
b. Het is verboden hefschroefvliegtuigen te tanken met draaiende rotor;
c. Het is verboden te tanken met draaiende motor, behoudens verkregen toestemming van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
d. Het is verboden tijdens het tanken werkzaamheden aan het vliegtuig te verrichten of elektrische schakelaars te bedienen, met uitzondering van die schakelaars die behoren bij de voor het tanken benodigde installatie en de daarbij noodzakelijke verlichting;
3. Gemorste olie en brandstof a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de dienstdoende functionaris van de havendienst in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het (opnieuw) starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst.
a. bij het tanken wordt elke handeling nagelaten die brand kan veroorzaken of het gevaar daarvoor kan vergroten;
b. het tanken geschiedt op een zodanige wijze dat geen brandstof wordt gemorst;
c. van het lekken of morsen van olie of brandstof wordt onmiddellijk de dienstdoende functionaris van de havendienst in kennis gesteld;
d. gemorste olie en brandstof wordt onmiddellijk, in overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst, verwijderd;
e. wanneer bij of uit een vliegtuig brandstoflekkage wordt geconstateerd, vindt het (opnieuw) starten van de motoren niet eerder plaats, dan na overleg met de dienstdoende functionaris van de havendienst.