BWBR0009480
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 11
Aanvullend Luchthaven Reglement Lelystad
Met inachtneming van het gestelde in artikel 24 van het Algemeen Luchthaven Reglement, worden de volgende voorschriften vastgesteld:
1. Taxiën, parkeren en slepen a. Gezagvoerders van niet op het luchtvaartterrein Lelystad gestationeerde luchtvaartuigen verplaatsen en parkeren hun luchtvaartuigen overeenkomstig de aanwijzingen van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
b. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
a. Gezagvoerders van niet op het luchtvaartterrein Lelystad gestationeerde luchtvaartuigen verplaatsen en parkeren hun luchtvaartuigen overeenkomstig de aanwijzingen van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
b. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
2. Landen en opstijgen en taxiën a. Het landen op en opstijgen van het luchtvaartterein geschiedt op en van de daartoe bestemde en als zodanig door de exploitant beschikbaar gestelde baan/banen, gelegen binnen het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein;
b. luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de betreffende luchtvaartpublicaties (A.I.P., NOTAM);
c. Opstijgen of landen vindt slechts plaats als de gehele baan vrij is van andere luchtvaartuigen, voertuigen of andere obstakels;
d. Het opstijgen of landen in een formatie van meerdere vliegtuigen, vindt slechts plaats nadat hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
a. Het landen op en opstijgen van het luchtvaartterein geschiedt op en van de daartoe bestemde en als zodanig door de exploitant beschikbaar gestelde baan/banen, gelegen binnen het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein;
b. luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de betreffende luchtvaartpublicaties (A.I.P., NOTAM);
c. Opstijgen of landen vindt slechts plaats als de gehele baan vrij is van andere luchtvaartuigen, voertuigen of andere obstakels;
d. Het opstijgen of landen in een formatie van meerdere vliegtuigen, vindt slechts plaats nadat hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
1. Taxiën, parkeren en slepen a. Gezagvoerders van niet op het luchtvaartterrein Lelystad gestationeerde luchtvaartuigen verplaatsen en parkeren hun luchtvaartuigen overeenkomstig de aanwijzingen van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
b. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
a. Gezagvoerders van niet op het luchtvaartterrein Lelystad gestationeerde luchtvaartuigen verplaatsen en parkeren hun luchtvaartuigen overeenkomstig de aanwijzingen van de dienstdoende functionaris van de havendienst;
b. Taxiën en slepen van luchtvaartuigen is slechts toegestaan nadat hiertoe per keer uitdrukkelijke toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
2. Landen en opstijgen en taxiën a. Het landen op en opstijgen van het luchtvaartterein geschiedt op en van de daartoe bestemde en als zodanig door de exploitant beschikbaar gestelde baan/banen, gelegen binnen het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein;
b. luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de betreffende luchtvaartpublicaties (A.I.P., NOTAM);
c. Opstijgen of landen vindt slechts plaats als de gehele baan vrij is van andere luchtvaartuigen, voertuigen of andere obstakels;
d. Het opstijgen of landen in een formatie van meerdere vliegtuigen, vindt slechts plaats nadat hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.
a. Het landen op en opstijgen van het luchtvaartterein geschiedt op en van de daartoe bestemde en als zodanig door de exploitant beschikbaar gestelde baan/banen, gelegen binnen het in gebruik zijnde deel van het landingsterrein;
b. luchtvaartuigen taxiën op de daarvoor bestemde rijbanen of daartoe bestemde gedeelten van het landingsterrein, zoals deze zijn gepubliceerd in de betreffende luchtvaartpublicaties (A.I.P., NOTAM);
c. Opstijgen of landen vindt slechts plaats als de gehele baan vrij is van andere luchtvaartuigen, voertuigen of andere obstakels;
d. Het opstijgen of landen in een formatie van meerdere vliegtuigen, vindt slechts plaats nadat hiervoor uitdrukkelijk toestemming is verleend door de dienstdoende functionaris van de havendienst.