BWBR0009480
Geldig vanaf 1998-03-29
Artikel 6
Aanvullend Luchthaven Reglement Lelystad
Met inachtneming van het gestelde in artikel 14, derde lidvan het Algemeen luchthaven Reglement, worden de volgende voorschriften vastgesteld:
1. Voorschriften met betrekking tot het gebruik en het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen op het luchtvaartterrein a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen, goederen over te laden, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen, goederen over te laden, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
2. Het gebruik van voertuigen op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een maximum snelheid vastgesteld van 30 km per uur.
c. Het gestelde onder b geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
d. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein, worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
g. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een maximum snelheid vastgesteld van 30 km per uur.
c. Het gestelde onder b geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
d. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein, worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
g. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat bestuurders van voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein, voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige verbinding tot stand met de havendienst en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de hen toegewezen frequentie uit.
1. Voorschriften met betrekking tot het gebruik en het opstellen, parkeren of stallen van voertuigen op het luchtvaartterrein a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen, goederen over te laden, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
a. voertuigen worden geparkeerd of gestald conform de door de exploitant gegeven aanwijzingen;
b. het parkeren van voertuigen op andere dan op de daarvoor bestemde parkeerplaatsen, is verboden, tenzij daarvoor schriftelijke toestemming is verleend door de exploitant;
c. het is verboden om elders dan op de daartoe door de exploitant aangewezen plaatsen, goederen over te laden, te reinigen of te repareren;
d. zonder toestemming van de exploitant is het gebruik van voertuigen in gebouwen verboden;
e. in geval van overtreding van het onder a tot en met d bepaalde, dan wel wanneer de goede orde of veiligheid zulks vereisen, kan het betreffende voertuig door de exploitant worden verplaatst naar een daartoe door hem aangewezen terreingedeelte.
2. Het gebruik van voertuigen op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een maximum snelheid vastgesteld van 30 km per uur.
c. Het gestelde onder b geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
d. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein, worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
g. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
a. weggebruikers die aan het verkeer op de wegen van het luchtvaartterrein deelnemen, gedragen zich overeenkomstig de voorschriften als vervat in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
b. in afwijking van het bepaalde onder a, is op de niet voor het publiek opengestelde gedeelten van het luchtvaartterrein een maximum snelheid vastgesteld van 30 km per uur.
c. Het gestelde onder b geldt niet voor voertuigen van de havendienst en hulpdiensten, voor zover dit in het belang is van de dienstuitvoering;
d. op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein, worden de verkeersbesluiten genomen door de exploitant;
e. het is een ieder verboden zich op de niet voor het publiek toegankelijk gestelde gedeelten van het luchtvaartterrein zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd;
f. indien een overtreding van een verbod krachtens dit artikel wordt begaan door een bij de ontdekking daarvan onbekend gebleven bestuurder van een motorvoertuig, kan de eigenaar of houder van het motorvoertuig voor het feit worden gestraft voor zover deze niet reeds naast de bestuurder voor dat feit aansprakelijk is;
g. het bepaalde in het vorige lid geldt niet, indien de eigenaar of houder: 1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
1. binnen veertien dagen na daartoe door een der met het toezicht of de opsporing van strafbare feiten belaste personen in de gelegenheid te zijn gesteld, de naam en het volledige adres van de bestuurder bekend maakt;
2. niet heeft kunnen vaststellen wie de bestuurder was en hem daarvan redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt.
3. Terreinkennis De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, voldoen aan door de exploitant te stellen eisen van terreinkennis, radiotelefonieprocedures en rijvaardigheid.
4. Rijroutes De bestuurders van voertuigen die aan het verkeer op de niet voor het publiek toegankelijke gedeelten van het luchtvaartterrein deelnemen, houden zich aan door de exploitant vastgestelde rijroutes.
5. Radio- en telefonieprocedures De exploitant kan verplicht stellen dat bestuurders van voertuigen welke worden gebruikt in het landingsterrein, voorzien zijn van verbindingsmiddelen. Bestuurders van deze voertuigen brengen, voordat het landingsterrein wordt ingereden, tweezijdige verbinding tot stand met de havendienst en luisteren in het landingsterrein voortdurend op de hen toegewezen frequentie uit.