BWBR0009382
Geldig vanaf 1998-03-01
Artikel 11
Papi-regeling
1. De exploitant van een luchtvaartterrein overlegt ter uitvoering van artikel 119 van de Regeling Toezicht Luchtvaartgegevens betreffende het plaatsen van een Papi. Deze gegevens bevatten ten minste:
a. de hoogte ten opzichte van N.A.P. van de drempel van de baan;
b. de hoogte ten opzichte van N.A.P. van de hartlijn van de baan ter plaatse van de Papi;
c. de hoogte ten opzichte van N.A.P. van het maaiveld ter plaatse van de lichteenheden;
d. de hoogte ten opzichte van het maaiveld van de afzonderlijke lichteenheden;
e. de wijze van berekenen van de afstand P, P1 of P2;
f. specificaties met betrekking tot de lichttechnische eigenschappen en de kleur van de lichteenheden, de elektrische voeding en de bediening.
2. Het plaatsen van een Papi behoeft de instemming van Onze Minister.
a. de hoogte ten opzichte van N.A.P. van de drempel van de baan;
b. de hoogte ten opzichte van N.A.P. van de hartlijn van de baan ter plaatse van de Papi;
c. de hoogte ten opzichte van N.A.P. van het maaiveld ter plaatse van de lichteenheden;
d. de hoogte ten opzichte van het maaiveld van de afzonderlijke lichteenheden;
e. de wijze van berekenen van de afstand P, P1 of P2;
f. specificaties met betrekking tot de lichttechnische eigenschappen en de kleur van de lichteenheden, de elektrische voeding en de bediening.
2. Het plaatsen van een Papi behoeft de instemming van Onze Minister.