BWBR0009240
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 19
Beschikking instantloterij 1996
1. De door de ministers aangewezen ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inlichtingen van de stichting te vorderen, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden van de stichting, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs van ontvangst.
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren en andere personen zijn bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden van de stichting, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is. Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hen af te geven schriftelijk bewijs van ontvangst.