1. De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de preventie van kansspelverslaving en treft de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om onmatige deelneming aan de instantloterij zo veel mogelijk te voorkomen.
2. De stichting ziet erop toe dat de verkooppunten onmatige deelneming aan de instantloterij tegengaan. In de door de stichting op te stellen voorschriften voor de verkooppunten worden daartoe nadere regels gegeven.
3. In de door de stichting met de verkooppunten te sluiten overeenkomsten wordt de bepaling opgenomen dat indien de stichting constateert dat het verkooppunt in strijd heeft gehandeld met het bepaalde in de
artikelen 1, aanhef en onder b, of
14d, eerste lid van de wet, de stichting met onmiddellijke ingang de overeenkomst opschort voor een door de stichting te bepalen duur van tenminste drie maanden en ten hoogste drie jaren.
4. De stichting geeft met het oog op het in het tweede lid bedoelde toezicht een door de ministers aangewezen onafhankelijke instelling opdracht tot het opstellen en uitvoeren van een plan tot controle van de verkooppunten.
5. Van de ingevolge het tweede lid gehouden toezicht en de ingevolge het vierde lid gehouden controles wordt per kwartaal mededeling gedaan aan de ministers en aan het college en wordt mededeling gedaan in het jaarverslag.
6. De deelnamebewijzen zijn aan de voorzijde voorzien van de duidelijk leesbare tekst: Zet niet alles op het spel - speel met mate.
7. De stichting zorgt voor een evenwichtig beleid op het gebied van de wervings- en reclameactiviteiten en neemt daarbij de haar door de ministers gegeven aanwijzingen in acht.