BWBR0009240
Geldig vanaf 1997-12-31
Artikel 13
Beschikking instantloterij 1996
1. De netto-opbrengst van de krachtens deze vergunning georganiseerde instantloterijen wordt gevormd door het verschil tussen de bruto-opbrengst, zijnde het totaal van de door de deelnemers bijeengebrachte inleg, en de som van de voor prijzen bestemde bedragen, de vergoeding voor de verkooppunten en de kosten die door de Lotto ten behoeve van de exploitatie van de instantloterijen worden gemaakt.
2. Als exploitatiekosten als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend aangemerkt de kosten die rechtstreeks verband houden met het organiseren van de kansspelen krachtens deze vergunning en die redelijkerwijs gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten. Andere kosten van de stichting kunnen niet als exploitatiekosten worden aangemerkt dan na goedkeuring door de ministers.
3. Onder de netto-opbrengst wordt mede begrepen de anders dan uit de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen verworven inkomsten.
2. Als exploitatiekosten als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend aangemerkt de kosten die rechtstreeks verband houden met het organiseren van de kansspelen krachtens deze vergunning en die redelijkerwijs gerekend kunnen worden tot de normale bedrijfskosten. Andere kosten van de stichting kunnen niet als exploitatiekosten worden aangemerkt dan na goedkeuring door de ministers.
3. Onder de netto-opbrengst wordt mede begrepen de anders dan uit de krachtens deze vergunning georganiseerde kansspelen verworven inkomsten.