BWBR0009158
Geldig vanaf 2005-09-13
Artikel 4a
Kleine serie-regeling
1. Artikel 3.4.1 Voertuigreglement
Motorfietsen zijn voor toelating tot het verkeer op de weg voorzien van een Nederlandse typegoedkeuring. Richtlijn 92/61/EEGis niet van toepassing.
2. Artikel 3.4.3, eerste lid, Voertuigreglement
De ingevolge richtlijn 93/34/EEGvereiste vermelding van het nummer van de EG-typegoedkeuring wordt vervangen door een vermelding van het nummer van de Nederlandse typegoedkeuring.
3. Artikel 3.4.5 Voertuigreglement
Richtlijn 97/24/EGis niet van toepassing.
4. Artikel 3.4.12 Voertuigreglement
a. In plaats van het overleggen van een goedkeuringscertificaat of een testrapport mag de fabrikant de ingevolge hoofdstuk 6 van richtlijn 97/24/EG voorgeschreven beproevingen uitvoeren.
b. De ingevolge richtlijn 97/24/EG voorgeschreven beproeving van een brandstofreservoir van kunststof, mag worden vervangen door een verklaring van de fabrikant van die kunststof, dat: 1°. de kunststof voldoet aan de eisen uit richtlijn 97/24/EG; en
2°. de kunststof reeds eerder is toegepast in soortgelijke constructies waar vergelijkbare eisen aan zijn gesteld.
1°. de kunststof voldoet aan de eisen uit richtlijn 97/24/EG; en
2°. de kunststof reeds eerder is toegepast in soortgelijke constructies waar vergelijkbare eisen aan zijn gesteld.
5. Artikel 3.4.14 Voertuigreglement
a. Indien de elektronische onderdelen van de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem, het koelsysteem, het in- en uitlaatsysteem en de aandrijflijn overeenkomen met de elektronische onderdelen van de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem, het koelsysteem, het in- en uitlaatsysteem en de aandrijflijn van een motorrijtuig dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3, afdelingen 2, 3, 4 of 5 van het Voertuigreglement, wordt de elektromagnetische breedbandstraling niet gemeten.
b. Bij de meting van de elektromagnetische smalbandstraling in het frequentiebereik van 30 tot 1000 MHz mag worden volstaan met het scannen van het frequentiebereik met behulp van een spectrumanalysator of automatische ontvanger, waarbij de referentiegrens niet mag worden overschreden.
6. Artikel 3.4.15 Voertuigreglement
De voorschriften betreffende geluiddempers die vezelig geluiddempend materiaal bevatten, bedoeld in hoofdstuk 9, bijlage III, punt 2.3.1.3.1 tot en met 2.3.1.4.3.5, van richtlijn 97/24/EG, zijn niet van toepassing indien de gemeten waarde voor het geluidsniveau tenminste 1 dB(A) lager is dan in richtlijn 97/24/EG, hoofdstuk 9, bijlage I, in de tweede kolom van de tabel voor het desbetreffende voertuig is aangegeven.
7. Artikel 3.4.16 Voertuigreglement
a. De proef, bedoeld in hoofdstuk 5, bijlage II, onder punt 2.2.1.1.2, van richtlijn 97/24/EG, wordt eenmaal uitgevoerd indien de voorgeschreven grenswaarden, genoemd in de tabellen I en II niet worden overschreden.
b. Indien bij de proef, bedoeld in het eerste lid, de voorgeschreven grenswaarden worden overschreden, wordt de procedure, bedoeld in hoofdstuk 5, bijlage II, onder punt 3, van richtlijn 97/24/EG gevolgd, waarbij de beschreven grenswaarde niet mag worden overschreden.
c. De proef, bedoeld in het eerste lid, wordt niet uitgevoerd indien blijkt dat de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem en het in- en uitlaatsysteem overeenkomen met de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem en het in- en uitlaatsysteem van een motorrijtuig dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3, afdelingen 2, 3, 4 of 5 van het Voertuigreglement.
8. Artikel 3.4.17, eerste lid, Voertuigreglement
a. De motorfiets wordt beproefd bij een snelheid van 50 km/h.
b. Punt 2.3.3 van de bijlage van richtlijn 2000/7/EG is niet van toepassing.
c. De snelheidsmeting mag plaatsvinden met inachtneming van richtlijn 97/24/EG, hoofdstuk 9, bijlage III, punt 2.1.2.2.
9. Artikel 3.4.18 Voertuigreglement
a. Richtlijn 95/1/EG is niet van toepassing op de wijze van meten van de door de constructie bepaalde maximumsnelheid en het maximumkoppel.
b. Richtlijn 95/1/EG is niet van toepassing op de wijze van meten van het netto maximum vermogen, tenzij het door de fabrikant opgegeven vermogen niet meer bedraagt dan 25 kW.
10. Artikel 3.4.26, eerste lid, Voertuigreglement
Motorfietsen behoeven niet te voldoen aan de bijzondere voorschriften omtrent de proeven met natte remmen, bedoeld in richtlijn 93/14/EEG, bijlage, aanhangsel, onder 1.3.
11. Artikel 3.4.32, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde spiegels behoeft geen goedkeuringscertificaat te worden overgelegd.
12. Artikel 3.4.33 Voertuigreglement
Richtlijn 93/29/EEGis niet van toepassing.
13. Artikel 3.4.36 Voertuigreglement
In plaats van het overleggen van een goedkeuringscertificaat of een testrapport, mag de fabrikant de ingevolge richtlijn 93/32/EEGvoorgeschreven beproevingen uitvoeren.
14. Artikel 3.4.37, eerste lid, Voertuigreglement
a. Aan de buitenzijde van een motorfiets bevindt zich geen enkel naar buiten gericht puntig, scherp of uitstekend deel met een zodanige vorm, afmeting, richting of hardheid dat het risico op of de ernst van verwondingen van een persoon die bij een ongeval tegen het voertuig stoot of daardoor wordt geraakt, kan vergroten.
b. De uiteinden en buitenste randen van het koppelingshendel en het remhendel zijn afgerond, waarbij de kromtestraal minstens zeven mm bedraagt.
c. Het overige bepaalde in richtlijn 97/24/EG is niet van toepassing.
15. Artikel 3.4.40, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde verlichting, lichtsignalen en onderdelen daarvan behoeven geen goedkeuringscertificaten te worden overgelegd.
16. Artikel 3.4.41, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde grote lichten, dimlichten, stadslichten, richtingaanwijzers, achterlichten, remlichten, de installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat en de niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig behoeven geen goedkeuringscertificaten te worden overgelegd.
17. Artikel 3.4.54, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde geluidssignaalinrichting behoeft geen goedkeuringscertificaat te worden overgelegd.
18. Artikel 3.4.55 Voertuigreglement
Indien de motorfiets is voorzien van een inrichting ter bescherming tegen ongeoorloofd gebruik van het voertuig, moet deze inrichting voldoen aan richtlijn 93/33/EG.
19. Artikel 3.4.57 Voertuigreglement
a. Een motorfiets op twee wielen is voorzien van ten minste één standaard ten behoeve van de stabiliteit in de parkeerstand.
b. Het bepaalde omtrent de stabiliteitsproef en de proefprocedure in richtlijn 93/31/EEG is niet van toepassing.
Motorfietsen zijn voor toelating tot het verkeer op de weg voorzien van een Nederlandse typegoedkeuring. Richtlijn 92/61/EEGis niet van toepassing.
2. Artikel 3.4.3, eerste lid, Voertuigreglement
De ingevolge richtlijn 93/34/EEGvereiste vermelding van het nummer van de EG-typegoedkeuring wordt vervangen door een vermelding van het nummer van de Nederlandse typegoedkeuring.
3. Artikel 3.4.5 Voertuigreglement
Richtlijn 97/24/EGis niet van toepassing.
4. Artikel 3.4.12 Voertuigreglement
a. In plaats van het overleggen van een goedkeuringscertificaat of een testrapport mag de fabrikant de ingevolge hoofdstuk 6 van richtlijn 97/24/EG voorgeschreven beproevingen uitvoeren.
b. De ingevolge richtlijn 97/24/EG voorgeschreven beproeving van een brandstofreservoir van kunststof, mag worden vervangen door een verklaring van de fabrikant van die kunststof, dat: 1°. de kunststof voldoet aan de eisen uit richtlijn 97/24/EG; en
2°. de kunststof reeds eerder is toegepast in soortgelijke constructies waar vergelijkbare eisen aan zijn gesteld.
1°. de kunststof voldoet aan de eisen uit richtlijn 97/24/EG; en
2°. de kunststof reeds eerder is toegepast in soortgelijke constructies waar vergelijkbare eisen aan zijn gesteld.
5. Artikel 3.4.14 Voertuigreglement
a. Indien de elektronische onderdelen van de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem, het koelsysteem, het in- en uitlaatsysteem en de aandrijflijn overeenkomen met de elektronische onderdelen van de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem, het koelsysteem, het in- en uitlaatsysteem en de aandrijflijn van een motorrijtuig dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3, afdelingen 2, 3, 4 of 5 van het Voertuigreglement, wordt de elektromagnetische breedbandstraling niet gemeten.
b. Bij de meting van de elektromagnetische smalbandstraling in het frequentiebereik van 30 tot 1000 MHz mag worden volstaan met het scannen van het frequentiebereik met behulp van een spectrumanalysator of automatische ontvanger, waarbij de referentiegrens niet mag worden overschreden.
6. Artikel 3.4.15 Voertuigreglement
De voorschriften betreffende geluiddempers die vezelig geluiddempend materiaal bevatten, bedoeld in hoofdstuk 9, bijlage III, punt 2.3.1.3.1 tot en met 2.3.1.4.3.5, van richtlijn 97/24/EG, zijn niet van toepassing indien de gemeten waarde voor het geluidsniveau tenminste 1 dB(A) lager is dan in richtlijn 97/24/EG, hoofdstuk 9, bijlage I, in de tweede kolom van de tabel voor het desbetreffende voertuig is aangegeven.
7. Artikel 3.4.16 Voertuigreglement
a. De proef, bedoeld in hoofdstuk 5, bijlage II, onder punt 2.2.1.1.2, van richtlijn 97/24/EG, wordt eenmaal uitgevoerd indien de voorgeschreven grenswaarden, genoemd in de tabellen I en II niet worden overschreden.
b. Indien bij de proef, bedoeld in het eerste lid, de voorgeschreven grenswaarden worden overschreden, wordt de procedure, bedoeld in hoofdstuk 5, bijlage II, onder punt 3, van richtlijn 97/24/EG gevolgd, waarbij de beschreven grenswaarde niet mag worden overschreden.
c. De proef, bedoeld in het eerste lid, wordt niet uitgevoerd indien blijkt dat de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem en het in- en uitlaatsysteem overeenkomen met de motor, de ontstekingsinrichting, het brandstofsysteem en het in- en uitlaatsysteem van een motorrijtuig dat voldoet aan de eisen van hoofdstuk 3, afdelingen 2, 3, 4 of 5 van het Voertuigreglement.
8. Artikel 3.4.17, eerste lid, Voertuigreglement
a. De motorfiets wordt beproefd bij een snelheid van 50 km/h.
b. Punt 2.3.3 van de bijlage van richtlijn 2000/7/EG is niet van toepassing.
c. De snelheidsmeting mag plaatsvinden met inachtneming van richtlijn 97/24/EG, hoofdstuk 9, bijlage III, punt 2.1.2.2.
9. Artikel 3.4.18 Voertuigreglement
a. Richtlijn 95/1/EG is niet van toepassing op de wijze van meten van de door de constructie bepaalde maximumsnelheid en het maximumkoppel.
b. Richtlijn 95/1/EG is niet van toepassing op de wijze van meten van het netto maximum vermogen, tenzij het door de fabrikant opgegeven vermogen niet meer bedraagt dan 25 kW.
10. Artikel 3.4.26, eerste lid, Voertuigreglement
Motorfietsen behoeven niet te voldoen aan de bijzondere voorschriften omtrent de proeven met natte remmen, bedoeld in richtlijn 93/14/EEG, bijlage, aanhangsel, onder 1.3.
11. Artikel 3.4.32, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde spiegels behoeft geen goedkeuringscertificaat te worden overgelegd.
12. Artikel 3.4.33 Voertuigreglement
Richtlijn 93/29/EEGis niet van toepassing.
13. Artikel 3.4.36 Voertuigreglement
In plaats van het overleggen van een goedkeuringscertificaat of een testrapport, mag de fabrikant de ingevolge richtlijn 93/32/EEGvoorgeschreven beproevingen uitvoeren.
14. Artikel 3.4.37, eerste lid, Voertuigreglement
a. Aan de buitenzijde van een motorfiets bevindt zich geen enkel naar buiten gericht puntig, scherp of uitstekend deel met een zodanige vorm, afmeting, richting of hardheid dat het risico op of de ernst van verwondingen van een persoon die bij een ongeval tegen het voertuig stoot of daardoor wordt geraakt, kan vergroten.
b. De uiteinden en buitenste randen van het koppelingshendel en het remhendel zijn afgerond, waarbij de kromtestraal minstens zeven mm bedraagt.
c. Het overige bepaalde in richtlijn 97/24/EG is niet van toepassing.
15. Artikel 3.4.40, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde verlichting, lichtsignalen en onderdelen daarvan behoeven geen goedkeuringscertificaten te worden overgelegd.
16. Artikel 3.4.41, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde grote lichten, dimlichten, stadslichten, richtingaanwijzers, achterlichten, remlichten, de installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat en de niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig behoeven geen goedkeuringscertificaten te worden overgelegd.
17. Artikel 3.4.54, eerste lid, Voertuigreglement
Voor de gemonteerde geluidssignaalinrichting behoeft geen goedkeuringscertificaat te worden overgelegd.
18. Artikel 3.4.55 Voertuigreglement
Indien de motorfiets is voorzien van een inrichting ter bescherming tegen ongeoorloofd gebruik van het voertuig, moet deze inrichting voldoen aan richtlijn 93/33/EG.
19. Artikel 3.4.57 Voertuigreglement
a. Een motorfiets op twee wielen is voorzien van ten minste één standaard ten behoeve van de stabiliteit in de parkeerstand.
b. Het bepaalde omtrent de stabiliteitsproef en de proefprocedure in richtlijn 93/31/EEG is niet van toepassing.