BWBR0009158
Geldig vanaf 2005-09-13
Artikel 2
Kleine serie-regeling
1. Per jaar wordt voor een familie van typen als bedoeld in richtlijn 70/156/EEG, bijlage XII, onderdeel A, die op grond van deze regeling zijn goedgekeurd, een kenteken opgegeven voor ten hoogste:
a. vijfhonderd personenauto’s;
b. honderd bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg;
c. honderd bedrijfsautochassis met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg;
d. vijfentwintig bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg;
e. vijfentwintig bedrijfsautochassis met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg.
2. Per jaar wordt voor ten hoogste honderd voertuigen van een type voertuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van richtlijn 92/61/EEG, die op grond van deze regeling zijn goedgekeurd, een kenteken opgegeven.
a. vijfhonderd personenauto’s;
b. honderd bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg;
c. honderd bedrijfsautochassis met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg;
d. vijfentwintig bedrijfsauto’s met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg;
e. vijfentwintig bedrijfsautochassis met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg.
2. Per jaar wordt voor ten hoogste honderd voertuigen van een type voertuig als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1, van richtlijn 92/61/EEG, die op grond van deze regeling zijn goedgekeurd, een kenteken opgegeven.