BWBR0009127
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 7
IJkregeling gasmeters
1. Een elektromechanische of elektronische aanwijsinrichting mag niet terugstelbaar zijn en moet na onderbreking van de voedingsspanning de laatste juiste aanwijzing kunnen aangeven.
2. Indien het gas niet volgens de voorgeschreven stromingsrichting door de meter stroomt, moet de aanwijsinrichting stilstaan of terugtellen.
3. Een elektromechanische of elektronische aanwijsinrichting mag niet zodanig gevoelig zijn voor beïnvloeding van buitenaf of voor onwillekeurige ontregeling, dat daardoor aanleiding kan bestaan tot misleiding of misvatting.
4. Indien gebruik wordt gemaakt van een elektronische aanwijsinrichting, moet een voorziening aanwezig zijn om de aanwijsinrichting te kunnen beproeven op een juiste werking.
2. Indien het gas niet volgens de voorgeschreven stromingsrichting door de meter stroomt, moet de aanwijsinrichting stilstaan of terugtellen.
3. Een elektromechanische of elektronische aanwijsinrichting mag niet zodanig gevoelig zijn voor beïnvloeding van buitenaf of voor onwillekeurige ontregeling, dat daardoor aanleiding kan bestaan tot misleiding of misvatting.
4. Indien gebruik wordt gemaakt van een elektronische aanwijsinrichting, moet een voorziening aanwezig zijn om de aanwijsinrichting te kunnen beproeven op een juiste werking.