BWBR0009127
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 50
IJkregeling gasmeters
1. Bij het onderzoek tot toelating van een model worden de miswijzingen van de proefmeters bepaald bij zeven debieten, gelijkmatig verdeeld over het meetbereik.
2. Bij elk debiet >0,1 Q
3. De gemiddelde miswijzingscurve, die ontstaat door de meting, bedoeld in het tweede lid, dient als basis voor de verdere beoordeling van de proefmeters.
4. In plaats van punt II.7.2.2 van de bijlage geldt dat bij elke meter het verschil tussen het hoogste en het laagste punt van de miswijzingscurve niet meer mag bedragen dan de in onderstaande tabel vermelde waarde bij de aldaar aangeduide debieten:
[tabel]
2. Bij elk debiet >0,1 Q
3. De gemiddelde miswijzingscurve, die ontstaat door de meting, bedoeld in het tweede lid, dient als basis voor de verdere beoordeling van de proefmeters.
4. In plaats van punt II.7.2.2 van de bijlage geldt dat bij elke meter het verschil tussen het hoogste en het laagste punt van de miswijzingscurve niet meer mag bedragen dan de in onderstaande tabel vermelde waarde bij de aldaar aangeduide debieten:
[tabel]