BWBR0009127
Geldig vanaf 1998-01-24
Artikel 24
IJkregeling gasmeters
1. De blootstelling aan omgevingscondities van elektronische inrichtingen bestaat uit een aantal stabiele omgevingstemperaturen tussen -10 °C en +40 °C voor klasse B en tussen -25 °C en +55 °C voor de klassen C en F, waarbij iedere beproeving 2 uur duurt, gerekend vanaf het tijdstip waarop de gasmeter temperatuurstabiliteit heeft bereikt.
2. De omgevingstemperatuur wordt als stabiel beschouwd, indien het verschil tussen de tijdens de blootstelling optredende hoogste en laagste temperatuur niet meer bedraagt dan 5 °C.
3. Tijdens het opwarmen of het afkoelen mag de temperatuursverandering niet meer dan 1 °C/min bedragen.
4. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat er geen condensvorming optreedt.
2. De omgevingstemperatuur wordt als stabiel beschouwd, indien het verschil tussen de tijdens de blootstelling optredende hoogste en laagste temperatuur niet meer bedraagt dan 5 °C.
3. Tijdens het opwarmen of het afkoelen mag de temperatuursverandering niet meer dan 1 °C/min bedragen.
4. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat er geen condensvorming optreedt.