BWBR0009092
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 33
Lozingenbesluit bodembescherming
1. De artikelen 11, 13, 21juncto 15 tot en met 18, 22en 23zijn niet van toepassing gedurende drie jaar na 1 juli 1990.
2. De artikelen 24 tot en met 26zijn, voor zover deze betrekking hebben op bestaande lozingen in de bodem, niet van toepassing gedurende twee jaar na 1 juli 1990.
3. Indien binnen de in het tweede lid bedoelde periode een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 24of artikel 25is ingediend, gelden de onderscheidenlijk in die artikelen gestelde verboden niet tot 3 maanden nadat het besluit, waarbij op dat verzoek is beslist, van kracht is geworden.
4. De artikelen 25en 26zijn gedurende twee jaar na 1 juli 1990 niet van toepassing met betrekking tot lozingen in de bodem tengevolge van de substraatteelt binnen inrichtingen, die tot een in het Hinderbesluit (Stb. 1980, 445) aangewezen categorie behoren.
2. De artikelen 24 tot en met 26zijn, voor zover deze betrekking hebben op bestaande lozingen in de bodem, niet van toepassing gedurende twee jaar na 1 juli 1990.
3. Indien binnen de in het tweede lid bedoelde periode een verzoek om ontheffing als bedoeld in artikel 24of artikel 25is ingediend, gelden de onderscheidenlijk in die artikelen gestelde verboden niet tot 3 maanden nadat het besluit, waarbij op dat verzoek is beslist, van kracht is geworden.
4. De artikelen 25en 26zijn gedurende twee jaar na 1 juli 1990 niet van toepassing met betrekking tot lozingen in de bodem tengevolge van de substraatteelt binnen inrichtingen, die tot een in het Hinderbesluit (Stb. 1980, 445) aangewezen categorie behoren.