BWBR0009092
Geldig vanaf 1998-01-15
Artikel 26
Lozingenbesluit bodembescherming
1. Aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 24en 25worden ten minste voorschriften verbonden met betrekking tot:
a. de wijze waarop en de frequentie waarmee onderzoek moet worden verricht naar de samenstelling van de vloeistof die in de bodem wordt geloosd en naar de hoedanigheden van de bodem ter plaatse,
b. de samenstelling en de hoeveelheid van de vloeistof die in de bodem wordt geloosd,
c. de wijze waarop de lozing in de bodem plaats moet vinden en
d. voor zover het geen lozing in de bodem van koelwater betreft, de wijze van definitieve beëindiging van de lozing in de bodem.
2. Bij een aanvraag om een ontheffing worden de gegevens verstrekt die in de bij dit besluit behorende bijlage Izijn aangegeven.
Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de te verstrekken gegevens.
a. de wijze waarop en de frequentie waarmee onderzoek moet worden verricht naar de samenstelling van de vloeistof die in de bodem wordt geloosd en naar de hoedanigheden van de bodem ter plaatse,
b. de samenstelling en de hoeveelheid van de vloeistof die in de bodem wordt geloosd,
c. de wijze waarop de lozing in de bodem plaats moet vinden en
d. voor zover het geen lozing in de bodem van koelwater betreft, de wijze van definitieve beëindiging van de lozing in de bodem.
2. Bij een aanvraag om een ontheffing worden de gegevens verstrekt die in de bij dit besluit behorende bijlage Izijn aangegeven.
Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de te verstrekken gegevens.