BWBR0009077
Geldig vanaf 2005-07-04
Artikel C
Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen
1. De monsterverpakking bestaat uit een conische monsterpot met een inhoud van circa 1 liter en is vervaardigd uit groen polypropeen kunststof met een wanddikte van 1,5 mm. De bijbehorende deksel bestaat uit transparant polypropeen en is voorzien van een éénmalig te gebruiken scheurrand. De sluiting is voorzien van een klik- en draaimechanisme. Verwijderen van het deksel kan alleen na het verbreken van de scheurrand. Hersluiten geschiedt via het draaimechanisme.
2. Indien gebruik wordt gemaakt van een verpakkingsapparaat van het sealtype, bedoeld in bijlage 5, onder punt 3, kan de monsterverpakking, in afwijking van punt 1, bestaan uit een sealzak die, overeenkomstig bijlage 5, onder punt 3, wordt gevormd uit twee vellen folie.
3. De met vaste mest gevulde monsterverpakking wordt door de monsternemer zodanig gesloten dat deze niet zonder herkenbare beschadiging kan worden geopend en aan de inhoud ervan zonder herkenbare beschadiging niets toegevoegd, afgenomen of anderszins veranderd kan worden.
4. De verpakking van een inzendmonster is zodanig dat verlies van bestanddelen en verandering van eigenschappen, samenstelling of hoedanigheid door beïnvloeding van buitenaf wordt voorkomen.
5. Op de deksel van de monsterpot of op de sealzak wordt het nummer van het afleveringsbewijs dat betrekking heeft op de vracht dierlijke meststoffen, waaruit het monster is genomen, aangebracht door het daartoe bestemde etiket van het afleveringsbewijs.
6. Elk inzendmonster wordt, onder vermelding van het nummer van het afleveringsbewijs dat betrekking heeft op de vracht dierlijke meststoffen, waaruit het monster is genomen, vermeld op een begeleidingsformulier met behulp van het daartoe bestemde etiket van het afleveringsbewijs.
7. Indien het inzendmonster geheel of gedeeltelijk bestaat uit be- of verwerkte dierlijke meststoffen, wordt op het begeleidingsformulier aangegeven of er nitraat of andere voor de analyse storende componenten in het monster aanwezig zijn.
8. De inzendmonsters waarvan door het laboratorium een mengmonster wordt gemaakt, worden tezamen verstuurd naar het laboratorium en tezamen vermeld op één begeleidingsformulier.
9. Het inzendmonster wordt tezamen met het begeleidingsformulier en het afleveringsbewijs, respectievelijk afleveringsbewijzen, betreffende de vracht waaruit het inzendmonster is genomen, naar het laboratorium verzonden.
10. De monsternemer draagt ervoor zorg dat het inzendmonster en alle daarbij behorende gegevens uiterlijk twee weken na de monsterneming bij het laboratorium worden ontvangen.
11. In de periode voor verzending naar het laboratorium wordt het inzendmonster op een voor direct zonlicht afgeschermde plaats bewaard zodat het monster in goede staat bij het laboratorium aankomt.
2. Indien gebruik wordt gemaakt van een verpakkingsapparaat van het sealtype, bedoeld in bijlage 5, onder punt 3, kan de monsterverpakking, in afwijking van punt 1, bestaan uit een sealzak die, overeenkomstig bijlage 5, onder punt 3, wordt gevormd uit twee vellen folie.
3. De met vaste mest gevulde monsterverpakking wordt door de monsternemer zodanig gesloten dat deze niet zonder herkenbare beschadiging kan worden geopend en aan de inhoud ervan zonder herkenbare beschadiging niets toegevoegd, afgenomen of anderszins veranderd kan worden.
4. De verpakking van een inzendmonster is zodanig dat verlies van bestanddelen en verandering van eigenschappen, samenstelling of hoedanigheid door beïnvloeding van buitenaf wordt voorkomen.
5. Op de deksel van de monsterpot of op de sealzak wordt het nummer van het afleveringsbewijs dat betrekking heeft op de vracht dierlijke meststoffen, waaruit het monster is genomen, aangebracht door het daartoe bestemde etiket van het afleveringsbewijs.
6. Elk inzendmonster wordt, onder vermelding van het nummer van het afleveringsbewijs dat betrekking heeft op de vracht dierlijke meststoffen, waaruit het monster is genomen, vermeld op een begeleidingsformulier met behulp van het daartoe bestemde etiket van het afleveringsbewijs.
7. Indien het inzendmonster geheel of gedeeltelijk bestaat uit be- of verwerkte dierlijke meststoffen, wordt op het begeleidingsformulier aangegeven of er nitraat of andere voor de analyse storende componenten in het monster aanwezig zijn.
8. De inzendmonsters waarvan door het laboratorium een mengmonster wordt gemaakt, worden tezamen verstuurd naar het laboratorium en tezamen vermeld op één begeleidingsformulier.
9. Het inzendmonster wordt tezamen met het begeleidingsformulier en het afleveringsbewijs, respectievelijk afleveringsbewijzen, betreffende de vracht waaruit het inzendmonster is genomen, naar het laboratorium verzonden.
10. De monsternemer draagt ervoor zorg dat het inzendmonster en alle daarbij behorende gegevens uiterlijk twee weken na de monsterneming bij het laboratorium worden ontvangen.
11. In de periode voor verzending naar het laboratorium wordt het inzendmonster op een voor direct zonlicht afgeschermde plaats bewaard zodat het monster in goede staat bij het laboratorium aankomt.