BWBR0009077
Geldig vanaf 2005-07-04
Artikel 7
Regeling hoeveelheidsbepaling dierlijke en overige organische meststoffen
1. Ingeval van afvoer van een intermediaire onderneming van dierlijke meststoffen met een drogestofgehalte van ten minste 86% verpakt in eenheden van ten hoogste 25 kilogram kan, in afwijking van artikel 5, eerste lid, eens per 10 vrachten een monster worden genomen, met dien verstande dat ten minste eens per twee maanden een monster wordt genomen. Het door analyse van het monster bepaalde fosfaatgehalte van de desbetreffende vracht afgevoerde dierlijke meststoffen is tevens het fosfaatgehalte van de 9 daaropvolgende vrachten meststoffen.
2. De intermediaire onderneming waarvan de meststoffen, bedoeld in het eerste lid, worden afgevoerd, is aangemeld bij de Directeur van de Dienst Regelingen, door gebruikmaking van een daartoe door de Directeur van de Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier.
3. Indien op een vracht dierlijke meststoffen het eerste lid van toepassing is, wordt op het op die vracht betrekking hebbende afleveringsbewijs, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet, onder punt 4, onderdeel A, de code 888 ingevuld.
2. De intermediaire onderneming waarvan de meststoffen, bedoeld in het eerste lid, worden afgevoerd, is aangemeld bij de Directeur van de Dienst Regelingen, door gebruikmaking van een daartoe door de Directeur van de Dienst Regelingen ter beschikking gesteld formulier.
3. Indien op een vracht dierlijke meststoffen het eerste lid van toepassing is, wordt op het op die vracht betrekking hebbende afleveringsbewijs, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet, onder punt 4, onderdeel A, de code 888 ingevuld.