BWBR0008954
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 8
Besluit indicatie sociale werkvoorziening
1. Telkens uiterlijk twee maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur van een indicatie wordt door het gemeentebestuur een advies ten behoeve van een herindicatie aangevraagd bij de commissie.
2. Onverminderd het eerste lid, kan een aanvraag tot herindicatie op gemotiveerd verzoek van of namens betrokkene op een eerder tijdstip dan bedoeld in het eerste lid, bij het gemeentebestuur plaatsvinden. Artikel 2, vijfde lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing.
3. De artikelen 2, tweede en vierde lid, en 3tot en met 7van dit besluit zijn op een aanvraag tot herindicatie van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat zo nodig de geldigheidsduur van de indicatie, bedoeld in artikel 5, derde lid, onder h, met maximaal 2 maanden wordt verlengd.
4. De commissie betrekt, met inachtneming van het besluit bedoeld in artikel 10, bij haar advies over de herindicatie de wijze van functioneren van betrokkene in de sociale werkvoorziening.
5. Door of namens een werknemer die de dag voorafgaande aan de datum waarop de wet in werking treedt een dienstbetrekking is aangegaan met een gemeente op basis van de Wet Sociale Werkvoorziening, zoals deze luidde tot de datum van inwerkingtreding van de wet, kan bij het gemeentebestuur een aanvraag tot herindicatie worden ingediend indien die werknemer in aanmerking wenst te komen voor een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet. Bij deze herindicatie wordt uitsluitend beoordeeld of betrokkene tot dergelijke arbeid in staat wordt geacht.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.
2. Onverminderd het eerste lid, kan een aanvraag tot herindicatie op gemotiveerd verzoek van of namens betrokkene op een eerder tijdstip dan bedoeld in het eerste lid, bij het gemeentebestuur plaatsvinden. Artikel 2, vijfde lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing.
3. De artikelen 2, tweede en vierde lid, en 3tot en met 7van dit besluit zijn op een aanvraag tot herindicatie van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat zo nodig de geldigheidsduur van de indicatie, bedoeld in artikel 5, derde lid, onder h, met maximaal 2 maanden wordt verlengd.
4. De commissie betrekt, met inachtneming van het besluit bedoeld in artikel 10, bij haar advies over de herindicatie de wijze van functioneren van betrokkene in de sociale werkvoorziening.
5. Door of namens een werknemer die de dag voorafgaande aan de datum waarop de wet in werking treedt een dienstbetrekking is aangegaan met een gemeente op basis van de Wet Sociale Werkvoorziening, zoals deze luidde tot de datum van inwerkingtreding van de wet, kan bij het gemeentebestuur een aanvraag tot herindicatie worden ingediend indien die werknemer in aanmerking wenst te komen voor een arbeidsovereenkomst als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet. Bij deze herindicatie wordt uitsluitend beoordeeld of betrokkene tot dergelijke arbeid in staat wordt geacht.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.