BWBR0008954
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 5
Besluit indicatie sociale werkvoorziening
1. Het gemeentebestuur stelt de indicatie vast binnen vier weken na ontvangst van het advies van de commissie.
2. Het gemeentebestuur kan uitsluitend aan een gemeenteambtenaar mandaat verlenen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
3. De indicatie bevat:
a. het advies van de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b. de vermelding of betrokkene tot de doelgroep behoort;
c. de eventuele voorzieningen of maatregelen die in eerste aanleg noodzakelijk worden bevonden;
d. de arbeidshandicapcategorie waarin betrokkene, conform artikel 6, is ingedeeld;
e. de vermelding of betrokkene in staat wordt geacht tot begeleid werken;
f. de vermelding of betrokkene in staat wordt geacht deel te nemen aan een scholingstraject en van het daarbij voorgestelde scholings- en trainingsniveau;
g. het intakeprofiel, bedoeld in artikel 3, derde lid;
h. de geldigheidsduur van de indicatie.
4. De indicatie wordt zo spoedig mogelijk na vaststelling toegezonden aan de aanvrager en de in artikel 2, derde lid, van de wet bedoelde rechtspersoon.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van de indicatie.
2. Het gemeentebestuur kan uitsluitend aan een gemeenteambtenaar mandaat verlenen tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid.
3. De indicatie bevat:
a. het advies van de commissie, bedoeld in artikel 4, eerste lid;
b. de vermelding of betrokkene tot de doelgroep behoort;
c. de eventuele voorzieningen of maatregelen die in eerste aanleg noodzakelijk worden bevonden;
d. de arbeidshandicapcategorie waarin betrokkene, conform artikel 6, is ingedeeld;
e. de vermelding of betrokkene in staat wordt geacht tot begeleid werken;
f. de vermelding of betrokkene in staat wordt geacht deel te nemen aan een scholingstraject en van het daarbij voorgestelde scholings- en trainingsniveau;
g. het intakeprofiel, bedoeld in artikel 3, derde lid;
h. de geldigheidsduur van de indicatie.
4. De indicatie wordt zo spoedig mogelijk na vaststelling toegezonden aan de aanvrager en de in artikel 2, derde lid, van de wet bedoelde rechtspersoon.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de geldigheidsduur van de indicatie.