BWBR0008954
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 6
Besluit indicatie sociale werkvoorziening
1. Bij de indicatie deelt het gemeentebestuur de betrokkene in een arbeidshandicapcategorie in, op grond van de noodzakelijke voorzieningen of maatregelen en van het prestatieniveau volgens de beslistabel van bijlage IIbehorend bij dit besluit.
2. Bij de noodzakelijke voorzieningen of maatregelen wordt onderscheid gemaakt tussen verstrekkende voorzieningen en maatregelen en niet verstrekkende voorzieningen en maatregelen.
3. Niet verstrekkende voorzieningen en maatregelen zijn:
a. algemene voorzieningen voor gehandicapten betreffende toegankelijkheid, gebruik en veiligheid;
b. eenmalige individuele aanpassingen in de werkplek en werkomgeving, voorzover de eenmalige kosten ervan niet de helft van het maximale subsidiebedrag per arbeidsplaats van 36 uur te boven gaan;
c. individuele voorzieningen met structurele kosten, voorzover die kosten ervan niet een achtste van het maximale subsidiebedrag per arbeidsplaats van 36 uur te boven gaan;
d. organisatorische aanpassingen aan functies die, na aanpassing, gewaardeerd worden op of boven een bij ministeriële regeling vastgesteld functieniveau.
4. Verstrekkende voorzieningen of maatregelen zijn:
a. combinaties van twee of meer van de niet verstrekkende voorzieningen en maatregelen;
b. eenmalige individuele aanpassingen in de werkplek en de werkomgeving, voorzover deze de helft van het maximale subsidiebedrag te boven gaan;
c. individuele voorzieningen met structurele kosten, voorzover die kosten een achtste van het maximale subsidiebedrag per arbeidsplaats van 36 uur te boven gaan;
d. organisatorische aanpassingen die inherent zijn aan alle functies die gewaardeerd worden beneden het niveau vastgesteld op basis van het derde lid, onder d;
e. speciale werkbegeleiding, waarbij speciale kennis en vaardigheden van de leidinggevende vereist zijn, of waarbij de noodzakelijke intensiteit van begeleiding meer dan 50% hoger is dan bij een soortgelijke functie onder normale werkomstandigheden het geval zou zijn.
5. Betrokkene wordt bij het vaststellen van zijn prestatieniveau ingedeeld in één van de volgende categorieën:
a. een prestatie van 50% of meer van een normale prestatie;
b. een prestatie van minder dan 50% doch meer dan 10% van een normale prestatie;
c. een prestatie van minder dan 10% van de normale prestatie.
2. Bij de noodzakelijke voorzieningen of maatregelen wordt onderscheid gemaakt tussen verstrekkende voorzieningen en maatregelen en niet verstrekkende voorzieningen en maatregelen.
3. Niet verstrekkende voorzieningen en maatregelen zijn:
a. algemene voorzieningen voor gehandicapten betreffende toegankelijkheid, gebruik en veiligheid;
b. eenmalige individuele aanpassingen in de werkplek en werkomgeving, voorzover de eenmalige kosten ervan niet de helft van het maximale subsidiebedrag per arbeidsplaats van 36 uur te boven gaan;
c. individuele voorzieningen met structurele kosten, voorzover die kosten ervan niet een achtste van het maximale subsidiebedrag per arbeidsplaats van 36 uur te boven gaan;
d. organisatorische aanpassingen aan functies die, na aanpassing, gewaardeerd worden op of boven een bij ministeriële regeling vastgesteld functieniveau.
4. Verstrekkende voorzieningen of maatregelen zijn:
a. combinaties van twee of meer van de niet verstrekkende voorzieningen en maatregelen;
b. eenmalige individuele aanpassingen in de werkplek en de werkomgeving, voorzover deze de helft van het maximale subsidiebedrag te boven gaan;
c. individuele voorzieningen met structurele kosten, voorzover die kosten een achtste van het maximale subsidiebedrag per arbeidsplaats van 36 uur te boven gaan;
d. organisatorische aanpassingen die inherent zijn aan alle functies die gewaardeerd worden beneden het niveau vastgesteld op basis van het derde lid, onder d;
e. speciale werkbegeleiding, waarbij speciale kennis en vaardigheden van de leidinggevende vereist zijn, of waarbij de noodzakelijke intensiteit van begeleiding meer dan 50% hoger is dan bij een soortgelijke functie onder normale werkomstandigheden het geval zou zijn.
5. Betrokkene wordt bij het vaststellen van zijn prestatieniveau ingedeeld in één van de volgende categorieën:
a. een prestatie van 50% of meer van een normale prestatie;
b. een prestatie van minder dan 50% doch meer dan 10% van een normale prestatie;
c. een prestatie van minder dan 10% van de normale prestatie.