BWBR0008612
Geldig vanaf 1997-03-29
Artikel 6
Regeling warmtebehandelingssytemen en eindproducten
1. Indien uit een monsterneming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, blijkt dat niet is voldaan aan artikel 3, stelt de beheerder de toezichthoudende ambtenaar daarvan onmiddellijk in kennis. De beheerder draagt ervoor zorg dat de vermoedelijk besmette partijen eindproducten het bedrijf niet verlaten zonder dat ten genoegen van de toezicht houdende ambtenaar is aangetoond dat wel is voldaan aan artikel 3.
2. Indien uit een monster, genomen door de toezichthoudende ambtenaar, blijkt dat niet is voldaan aan artikel 3, verstrekt de beheerder, desgevraagd, aan de toezichthoudende ambtenaar informatie over de aard van het behandelde materiaal waarvan het monster is genomen of de partij waartoe het bemonsterde eindproduct behoort. De tweede volzin van het eerste lid is van toepassing.
3. Partijen eindproducten als bedoeld in het eerste lid die niet meer kunnen worden verwerkt, worden niet gebruikt als diervoeder.
2. Indien uit een monster, genomen door de toezichthoudende ambtenaar, blijkt dat niet is voldaan aan artikel 3, verstrekt de beheerder, desgevraagd, aan de toezichthoudende ambtenaar informatie over de aard van het behandelde materiaal waarvan het monster is genomen of de partij waartoe het bemonsterde eindproduct behoort. De tweede volzin van het eerste lid is van toepassing.
3. Partijen eindproducten als bedoeld in het eerste lid die niet meer kunnen worden verwerkt, worden niet gebruikt als diervoeder.