BWBR0008547
Geldig vanaf 1997-02-18
Artikel 3
Regeling Communautair Initiatief Werkgelegenheid-II
1. In het kader van het deelinitiatief Werkgelegenheid-Now kunnen voor subsidiëring in aanmerking worden gebracht:
a. projecten, gericht op 1º verbetering van systemen voor beroepskeuzevoorlichting, beroepskeuze-advisering of arbeidsbemiddeling van vrouwen,
2º bevordering van de samenwerking van de op deze gebieden werkzame organisaties, alsmede van de samenwerking tussen deze organisaties en het bedrijfsleven, of
3º ondersteuning bij het opzetten en verbeteren van adviesdiensten welke werkloze vrouwen ondersteunen bij het oprichten van ondernemingen;
1º verbetering van systemen voor beroepskeuzevoorlichting, beroepskeuze-advisering of arbeidsbemiddeling van vrouwen,
2º bevordering van de samenwerking van de op deze gebieden werkzame organisaties, alsmede van de samenwerking tussen deze organisaties en het bedrijfsleven, of
3º ondersteuning bij het opzetten en verbeteren van adviesdiensten welke werkloze vrouwen ondersteunen bij het oprichten van ondernemingen;
b. specifiek op werkloze vrouwen gerichte onderwijs-, opleidings-, en arbeidsbemiddelingsprojecten;
c. ondersteuning van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven voor werkloze vrouwen, alsmede van het opzetten van ondernemingen door deze vrouwen;
d. ondersteuning van studies, de verspreiding van informatie en bewustmakingsacties, voor zover een en ander van belang is om gelijke kansen voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt te bevorderen;
2. De in het eerste lid onder a, 3º, b en c bedoelde projecten dienen zich te richten op werkloze vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, alleenstaande moeders met een bijstandsuitkering, of allochtone vrouwen en meisjes zonder werkervaring.
3. De in het eerste lid onder a, 1º en 2º, bedoelde projecten dienen zich te richten op vrouwen als bedoeld in het tweede lid, of op vrouwen, werkzaam in lagere of middelbare functies.
4. De in het eerste lid onder d bedoelde projecten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien deze als aanvulling dienen op subsidiabele projecten, als bedoeld in het eerste lid onder a t/m c.
a. projecten, gericht op 1º verbetering van systemen voor beroepskeuzevoorlichting, beroepskeuze-advisering of arbeidsbemiddeling van vrouwen,
2º bevordering van de samenwerking van de op deze gebieden werkzame organisaties, alsmede van de samenwerking tussen deze organisaties en het bedrijfsleven, of
3º ondersteuning bij het opzetten en verbeteren van adviesdiensten welke werkloze vrouwen ondersteunen bij het oprichten van ondernemingen;
1º verbetering van systemen voor beroepskeuzevoorlichting, beroepskeuze-advisering of arbeidsbemiddeling van vrouwen,
2º bevordering van de samenwerking van de op deze gebieden werkzame organisaties, alsmede van de samenwerking tussen deze organisaties en het bedrijfsleven, of
3º ondersteuning bij het opzetten en verbeteren van adviesdiensten welke werkloze vrouwen ondersteunen bij het oprichten van ondernemingen;
b. specifiek op werkloze vrouwen gerichte onderwijs-, opleidings-, en arbeidsbemiddelingsprojecten;
c. ondersteuning van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven voor werkloze vrouwen, alsmede van het opzetten van ondernemingen door deze vrouwen;
d. ondersteuning van studies, de verspreiding van informatie en bewustmakingsacties, voor zover een en ander van belang is om gelijke kansen voor mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt te bevorderen;
2. De in het eerste lid onder a, 3º, b en c bedoelde projecten dienen zich te richten op werkloze vrouwen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, alleenstaande moeders met een bijstandsuitkering, of allochtone vrouwen en meisjes zonder werkervaring.
3. De in het eerste lid onder a, 1º en 2º, bedoelde projecten dienen zich te richten op vrouwen als bedoeld in het tweede lid, of op vrouwen, werkzaam in lagere of middelbare functies.
4. De in het eerste lid onder d bedoelde projecten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien deze als aanvulling dienen op subsidiabele projecten, als bedoeld in het eerste lid onder a t/m c.