BWBR0008547
Geldig vanaf 1997-02-18
Artikel 2
Regeling Communautair Initiatief Werkgelegenheid-II
1. Een natuurlijk of rechtspersoon die een project uitvoert of doet uitvoeren dat past binnen het communautair initiatief Werkgelegenheid en ontwikkeling van de menselijke hulpbronnen kan overeenkomstig de navolgende artikelen in aanmerking komen voor subsidie, afkomstig uit het Europees Sociaal Fonds.
2. Het initiatief wordt in vier deelinitiatieven onderscheiden, te weten:
a. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Now, ter bevordering van gelijke kansen op werk voor vrouwen, zoals nader geregeld in artikel 3;
b. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Horizon, gericht op de verbetering van het uitzicht op werk van gehandicapten, zoals nader geregeld in artikel 4;
c. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Youthstart, gericht op de bevordering van de inpassing in de arbeidsmarkt van kansarme jongeren, zoals nader geregeld in artikel 5;
d. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Integra, gericht op de bevordering van het uitzicht op werk en het voorkomen van sociale uitsluiting van kansarme groepen, zoals nader geregeld in artikel 6.
3. Projecten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij in Nederland worden uitgevoerd, en deel zullen uitmaken van een transnationaal samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 1.
2. Het initiatief wordt in vier deelinitiatieven onderscheiden, te weten:
a. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Now, ter bevordering van gelijke kansen op werk voor vrouwen, zoals nader geregeld in artikel 3;
b. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Horizon, gericht op de verbetering van het uitzicht op werk van gehandicapten, zoals nader geregeld in artikel 4;
c. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Youthstart, gericht op de bevordering van de inpassing in de arbeidsmarkt van kansarme jongeren, zoals nader geregeld in artikel 5;
d. het deelinitiatief Werkgelegenheid-Integra, gericht op de bevordering van het uitzicht op werk en het voorkomen van sociale uitsluiting van kansarme groepen, zoals nader geregeld in artikel 6.
3. Projecten komen slechts voor subsidie in aanmerking indien zij in Nederland worden uitgevoerd, en deel zullen uitmaken van een transnationaal samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 1.