1. Een project komt slechts voor subsidiëring in aanmerking:
a. indien het project wordt uitgevoerd binnen de periode 31 juli 1997 tot en met 31 december 1999,
b. indien een overheidsinstelling of een scholings-, opleidings- of ontwikkelingsfonds dat in een collectieve arbeidsovereenkomst genoemd wordt deelneemt aan de financiering van het project, tot een bedrag dat tenminste gelijk is aan het bedrag aan subsidie dat op basis van deze regeling wordt verkregen, en er met die overheidsinstelling of dat fonds schriftelijke en controleerbare afspraken zijn gemaakt over omvang en tijdstip van de betalingen die uit dien hoofde zullen plaatsvinden;
c. indien een bankinstelling, overheidsinstelling of fonds, als bedoeld onder b, zich garant heeft gesteld voor het project door het opmaken van een onherroepelijke verklaring als bedoeld in de bij dit besluit behorende bijlage I,
d. indien, wanneer werknemers van op winst gerichte ondernemingen aan een project deelnemen, die ondernemingen tenminste 10% van de kosten van het project dragen,
e. indien voldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten,
f. indien de kosten van het project in een redelijke verhouding staan tot de beoogde effecten,
g. indien geen sprake is van een project dat uit anderen hoofde wordt gefinancierd ten laste van Europese subsidieprogramma’s,
h. indien het project een vernieuwend karakter heeft, i. indien het project aantoonbaar in een maatschappelijke behoefte voorziet, en
ii. indien de resultaten van het project in potentie overdraagbaar zijn, of andere verwante activiteiten zullen stimuleren.
i. indien het project aantoonbaar in een maatschappelijke behoefte voorziet, en
ii. indien de resultaten van het project in potentie overdraagbaar zijn, of andere verwante activiteiten zullen stimuleren.
2. Indien de aanvraag een project betreft dat in de provincie Flevoland wordt uitgevoerd en dat uitsluitend wordt gefinancierd met subsidie op basis van deze regeling in combinatie met de in het eerste lid onder b bedoelde medefinanciering, kan de omvang van die medefinanciering, in afwijking van het eerste lid onder b, worden beperkt tot 35% van de kosten van het project.
3. Aan projecten mogen uitsluitend die vreemdelingen deelnemen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke ingevolge
artikel 4 van de Wet arbeid vreemdelingenis voorzien van een aantekening waaruit blijkt dat aan die vergunning geen beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid. Met een dergelijke aantekening wordt gelijkgesteld een verklaring, verleend krachtens artikel 2 of 3 van de Wet arbeid buitenlandse werknemers.
4. Uitgezonderd van subsidiëring zijn:
a. projecten ten behoeve van personen die werkzaam zijn in een dienstbetrekking welke wordt bekostigd in het kader van de Wet sociale werkvoorziening;
b. projecten met betrekking tot scholing, terzake waarvan het Rijk een bekostigingsregeling heeft getroffen;
c. projecten met betrekking tot scholing waarop de Wet educatie en beroepsonderwijs van toepassing is.